Een hond heeft een baas

Ik geef al een tijdje leiding aan teams. Wat ik vaak slecht trek is de term: baas. Als iemand me ‘baas’ noemt, zeg ik steevast dat alleen een hond een baas heeft. In mijn werkende leven heb ik echter zelf ook al heel wat ‘bazen’ gekend. En soms voelde ik me niet veel meer dan een hond, maar gelukkig voelde ik me meestal gewoon mens. In deze serie een ode aan alle bazen die ik had en wat ik van ieders stijl (en soms gebrek daaraan) heb geleerd. 

DEEL 1: CHAMPAGNE IN HET PASHOK

Veertien jaar was ik toen ik in een grote kledingwinkel begon met werken. Niet op de winkelvloer – dat stond mijn leeftijd destijds niet toe – maar achter de schermen. In het magazijn spendeerde ik mijn zaterdagen met het bevestigen van beveiligingsmateriaal op kledingstukken. De muziek stond hard aan en ik was meestal met één andere collega die net iets meer jaren op de teller had dan ik.

De taak was simpel en overzichtelijk. In de vroege ochtend kwamen de vrachtwagens grote zware kledingrekken brengen. Gedurende de opvolgende uren bevestigden wij de harde plastic knoppen met een pinnetje aan de kledingstukken, voordat ze de winkel in mochten. Routinewerk, hard meezingen met de radio, helemaal prima zou je zeggen.

Zeemeermin

Maar zelfs toen al wilde ik meer. Nooit tevreden… ik had gewoon kunnen blijven labelen. Maargoed, ik ben gewoon chronisch rusteloos. Dus als ik iemand van de winkelvloer sprak, begon ik steevast voorzichtig over mijn ‘ambities’ om vóór de schermen te werken. Tussen de mensen. Op de vloer. Een soort kleine zeemeermin die onder water snakkend zit te verlangen naar het land. Langzaam sijpelde dat signaal door naar de bedrijfsleiding. 

Op een mooie zaterdag kwam ‘de baas’ daarom het magazijn binnen met de boodschap dat ik bij de paskamers mocht staan. Gewoon uit het niks. Ik had nog nooit een boeh of bah met die man uitgewisseld en nu ineens stond hij voor me. Groot, imposant en met een opdracht. Stralend en vereerd, nam ik de uitdaging aan. Dit ging me lukken. ‘Hoeveel kledingstukken heeft u? Vier?’ En dan het juiste kaartje meegeven. Laat maar aan mij over hoor. I’ve got this.

Zo gezegd, zo gedaan; stond ik stralend plastic kaarten met een groot nummer uit te delen aan passend publiek. 

Uit het pashok mocht ik niet. Daar waren andere mensen voor. Ik was er alleen voor de nummers. Verder niets. Maar ik mocht goedemiddag en goedemorgen zeggen en soms gaf ik (enkel gevraagd) advies. ‘Enorm leuk die rok. Nee joh, maakt helemaal niet breed. Ik zou het doen.’

Winkelfrutselorganizer

De baas mocht me wel, dacht ik. Hij kwam af en toe een bemoedigende opmerking maken tijdens zijn ronde over de vloer. Ik had ondertussen mijn zinnen alweer op een volgende carrièremove gezet. Ik wilde graag de accessoires en sieraden inrichten in de presentatiekasten rondom de pashokjes. Ik deed een goed woordje voor mezelf en kreeg het voor elkaar.

Inmiddels was ik dus van achter de schermen ineens helemaal opgeklommen naar paskamercijferspecialist en winkelfrutselorganizer. Ondanks deze enorme successtory was ik nog steeds veertien en behoorlijk bleu.

En dat deed me de das om.

Alcohol

Want toen rond de feestdagen de winkel naast kleding en allerhande andere frutsels ook ineens champagne begon te verkopen, werd mijn lot bezegeld en mijn glansrijke loopbaan bij deze winkel hardhandig om zeep geholpen. Je ziet het misschien niet aankomen, maar de champagne liep niet zo lekker. Heel vreemd, dat tussen de jurken, de spijkerbroeken en de winterjassen, mensen niet super geneigd waren een fles slechte alcohol mee te nemen voor thuis.

De baas baalde ervan en bedacht een plan. Met veel pijn en moeite sleepte hij een stuk of wat dozen met champagneflessen naar de paskamers en gaf mij de opdracht deze te verkopen aan het passende winkelpubliek. Dat ik pas veertien was, sowieso geen verstand had van een fatsoenlijk verkoopgesprek en bovendien behoorlijk gehinderd werd door de ambiance van de paskamer, mocht de pret niet drukken.

Ik protesteerde licht, maar verloor. Een hond moet gewoon luisteren naar de baas immers.

List

Ik probeerde het twee keer. ‘Leuke jurk mevrouw. Misschien staat hij nog beter met een glas champagne in uw hand’. Natuurlijk zei ik dat niet. Ik heb geen flauw idee wat ik zei. Maar het was sowieso meer dan ongemakkelijk en de opgetrokken wenkbrauwen deden me langzaam verkruimelen van binnen.

Ook ik bedacht daarom een list. 

Ik was altijd al best aardig met schrift, dus ik maakte een wervend briefje. ‘Champagne! Je gelooft het niet, maar  gewoon bij ons te koop! Bij mij of bij de kassa.Sla uw slag!’ Ik zette een fles op mijn pashokjesbalie, plakte het briefje erop en ging erachter staan, klaar om die hele voorraad te verkopen. 

Dat gebeurde niet. Mensen willen geen champagne in een kledingwinkel. Is gewoon zo.

Bijten

Wat er wel gebeurde? De baas was niet gediend van mijn creativiteit. Helemaal niet gediend zelfs. Ten overstaan van een volle winkel en enkele nabije collega’s kreeg ik een uitbrander waar een hond heel erg koest van zou worden. En ik trouwens ook. Het was echt ongehoord. 

Ik heb dan ook diezelfde minuut alles laten vallen waar ik mee bezig was en de fiets gepakt naar huis. Compleet overstuur deed ik daar mijn verhaal bij mijn moeder. En dat heeft de baas geweten. Binnen tien minuten zaten mijn moeder en ik samen op de fiets terug naar de winkel. Ze liet me haar meenemen naar zijn kantoor, zei tegen mij ‘wacht maar even hier’, ging naar binnen zonder kloppen en heeft hem even stevig verteld wat ze van hem vond.

Mijn moeder was pas een baas.

Je denkt nu misschien, maar wat is dan de wijze les die je hieruit hebt getrokken? Hoe heeft deze ervaring je geïnspireerd in je leiderschap? Heel simpel eigenlijk: een hond heeft een baas; je dient mensen te behandelen als mensen, niet als honden. Doe je dat wel, dan kun je ervan op aan dat ze bijten. En anders hun moeder wel.


The Boss Part 1 (English version)

I have been leading teams for a while now. What I often strongly dislike is the term: boss. When someone calls me ‘boss’, I invariably say that only a dog has a boss. In my working life, however, I myself have known quite a few ‘bosses’. And sometimes I didn’t feel much more than a dog, but fortunately, I usually just felt human. In this series, an ode to the bosses I have had and what I learned from everyone’s style (and sometimes lack thereof).

PART 1: CHAMPAGNE IN THE FITTING ROOM

I was fourteen when I started working in a large clothing store. Not on the shop floor – my age did not allow that at the time – but behind the scenes. In the warehouse, I spent my Saturdays attaching security tags to items of clothing. The music was loud and I was usually with one other colleague who had a few more years on the clock than me.

The task was simple and straightforward. In the early morning, trucks brought in large, heavy clothing racks. During the subsequent hours, we attached the hard plastic buttons with a pin to the items of clothing before they were allowed into the store. Routine work, singing along loudly to the radio, you’d say it was perfectly fine.

Mermaid

But even then, I wanted more. Never satisfied… I could have just kept labeling. But oh well, I am just chronically restless. So, whenever I spoke to someone from the shop floor, I invariably started cautiously talking about my ‘ambitions’ to work in front of the scenes. Among the people. On the floor. A kind of little mermaid who sits underwater longing for the land. Slowly, that signal filtered through to the management.

One beautiful Saturday, ‘the boss’ therefore entered the warehouse with the message that I was allowed to guard the fitting rooms. Just out of the blue. I had never exchanged a word with that man, and now he was suddenly standing in front of me. Tall, imposing, and with an assignment. Radiant and honored, I accepted the challenge. I was going to manage this. ‘How many items of clothing do you have? Four?’ And then hand over the correct card. Leave it to me. I’ve got this.

No sooner said than done; I stood there beaming, handing out plastic cards with a number to the fitting public.

Trinket organizer

I was not allowed out of the fitting room area. Other people were for that. I was only there for the numbers. Nothing else. But I was allowed to say good afternoon and good morning, and sometimes I gave (only when asked) advice. ‘That skirt is so nice. No, it doesn’t make you look wide at all. I would go for it.’

The boss liked me, I thought. He occasionally made an encouraging remark during his round on the floor. In the meantime, I had already set my sights on a next career move. I wanted to set up the accessories and jewelry in the display cabinets around the fitting rooms. I put in a good word for myself and managed to get it done.

So, by now, I had suddenly climbed all the way from behind the scenes to fitting room number specialist and shop trinket organizer. Despite this enormous success story, I was still fourteen and quite naive.

And that was my undoing.

Alcohol

Because when, around the holidays, the shop suddenly started selling champagne in addition to clothing and all sorts of other trinkets, my fate was sealed, and my brilliant career at this shop was brutally ruined. You might not see it coming, but the champagne wasn’t selling well. Very strange, that between the dresses, the jeans, and the winter coats, people were not super inclined to take home a bottle of bad alcohol.

The boss was annoyed and came up with a plan. With great difficulty, he dragged a few boxes of champagne bottles to the fitting rooms and gave me the assignment to sell them to the shopping public. The fact that I was only fourteen, certainly had no understanding of a decent sales pitch, and moreover was considerably hindered by the ambiance of the fitting room, should not dampen the fun.

I protested slightly but lost. A dog just has to listen to the boss, after all.

Trick

I tried it twice. ‘Nice dress, Madam. Maybe it will look even better with a glass of champagne in your hand’. Of course, I didn’t say that. I have no idea what I said. But it was in any case more than awkward, and the raised eyebrows slowly made me crumble inside.

Therefore, I also came up with a trick.

I was always quite good with writing, so I made a promotional note. ‘Champagne! You won’t believe it, but you can buy it right here! With me or at the cash register. Get yours now!’. I placed a bottle on my fitting room counter, taped the note on it, and stood behind it, ready to sell the entire stock.

That didn’t happen. People don’t want champagne in a clothing store. That’s just the way it is.

Bite

What did happen? The boss was not amused by my creativity. Not amused at all, in fact. In front of a full store and some nearby colleagues, I received a telling-off that would make a dog lie down very quietly. And me too, for that matter. It was truly outrageous.

I therefore dropped everything I was doing that same minute and cycled home. Completely distraught, I told my story to my mother. And the boss was going to hear about it. Within ten minutes, my mother and I were cycling back to the store together. She let me take her to his office, told me ‘just wait here for a moment’, went inside without knocking, and told him what she thought of him.

My mother, she was a real boss.

You might be thinking now, but what is the wise lesson you drew from this? How did this experience inspire you in your leadership? It’s very simple, actually: a dog has a boss; you should treat people like people, not as dogs. If you do, you can count on them to bite. Or otherwise their mother will.

Een hond heeft een baas

Ik ben een kerstbal

Met de na-ijlende woorden van de Bert en Ernie kerstplaat nog in mijn achterhoofd (‘Ik ben een kerstbal! Ik hang in de boom tussen andere ballen.’), loop ik tussen ander winkelend publiek door een – wat mij betreft té – smalle gang in de Intratuin. Aan weerszijden zijn de wanden bekleed met wel duizend hangers voor in de boom. Van Disney-figuren tot etenswaren en van auto’s tot tijgers. In principe is er voor elk wat wils. ‘Ik ben een kerstbal’ gaat hier in zekere mate wel op. Een ieder zou zich met iets aan deze muren moeten kunnen identificeren. Al is het maar voor een klein stukje van je persoonlijkheid. 

Maar ik ben overweldigd. Net als mijn kinderen. Ieder jaar mogen ze een nieuwe ‘bal’ kiezen en ieder jaar is het een opgave van ongeveer een uur. Tussen de danseresjes, hamburgers, gitaren en sterren is het lastig bepalen waar jouw hart nu echt naar uit gaat. Hoe meer er te kiezen valt, hoe minder het vuur ontvlamt. Niks past echt en heel veel past een beetje.

Voetbal

De oudste, niet supergoed met prikkels, laten we maar zeggen, loopt compleet vast en besluit dat het beter is onder lichte dwang andere mensen te helpen met hun keuze. Ook als die helemaal niet zitten te wachten op hulp. De middelste zoekt een voetbal, maar dát is precies het enige waar toevallig geen ornament van is gegoten. De jongste twijfelt tussen een kristallen rode vogel en een pinguïn op een soort taart met allerhande kerstdecoraties. 

Ja, dat was er echt. Als kerstbal dus. Laat dat even inzinken.

Terwijl de middelste settelt voor sushi (don’t ask), drentelen de jongste en de oudste nog vijfentwintig keer op en neer om uiteindelijk de vogel te selecteren. De oudste besluit dat er beneden ook nog een wandje met boomversiering is, waar de hare vandaan moet komen. Een overzichtelijk muurtje, met beperkte keuze. En daar hangt Garfield. Die is ook niet zo goed met te veel gedoe en drukte. Die past.

1984

Ik had mezelf voorgenomen dit jaar ook iets uit te zoeken, maar het is me niet gelukt. Had ik een kitscherig wijnglas moeten kopen? Of een fonkelende sneeuwvlok? Harry Potter? Ik zou het niet weten. Ik voelde alleen maar die druk van ‘ik moet iets, maar ik wil niks’.

Ik denk weer aan Bert en Ernie die op hun plaat over langwerpige en ronde ballen praten. En ovalen, ‘in de vorm van een mandarijntje’, net als het hoofd van Ernie. 1984, toen er nog ongeveer drie soorten ballen waren in maximaal vijftien kleuren. Bomen waren waarschijnlijk altijd echt. De lampjes altijd in de knoop of deels defect. En iedereen stuurde nog een kerstkaart, omdat dat zo hoorde.

Eenvoudiger. Niet per se minder leuk. Ik zou het prima vinden om ieder jaar gewoon een nieuwe kleur ronde bal te kiezen en niet te worden verrast met seksspeeltjes of bakfietsen in de vorm van kerstversiering. Ik zou het ook perfect kunnen verdragen als dat gangpad vandaag ongeveer een derde zo lang was.

Afval

Ik hoef niet per se terug naar 1984. Ik vermaak me goed in deze wereld, waarin zo veel mogelijk is en er altijd weer nieuwe ontdekkingen wachten. Waarin saaiheid eigenlijk niet meer bestaat. Maar soms zou ik wel wat minder te kiezen willen hebben. Zeker als het om onzinnige dingen als kerstversiering gaat. Ik vraag me ook af of er voor elk van deze duizend versiersels echt een markt is. En wat gebeurt ermee als dat niet zo is? Oud vuil? Afval? Een ontwikkelingsland maak je hier ook niet blij mee. Het is dan gewoon troep. En zonde van alle tijd, energie en ruimte die erin gestoken is. Best verdrietig.

Collage

Thuis hangen we de nieuwe aanwinsten in de boom, vergezeld door onder andere Peppa Pig, treinen, Tinkelbel, een donut, katten, meer vogels, Stitch, Deadpool, eenhoorns, houten huisjes en ballerina’s. Dertien jaar aan kinderhobby’s en andere liefhebberijen hangen hier tezamen als een soort collage van ons gezin door de jaren heen. Het is een olijk gezicht. Rommelig en toch overzichtelijk. Precies wat we nodig hebben en niet meer. 

Wij zijn geen kerstbal. Wij zijn een hele boom. Niet rond, niet langwerpig, niet ovaal, maar gewoon chaotisch, kleurrijk en aanwezig. 

Yep, dat klopt wel zo’n beetje…


ENGLISH

I’m a Christmas Ornament

With the lingering words of the Bert and Ernie Christmas record still in the back of my mind (“I am a Christmas ornament! I’m hanging in the tree among other baubles.”), I walk through what is, in my opinion, an overly narrow aisle in the garden center, Intratuin, among other shoppers. On both sides, the walls are covered with a good thousand hangers for the Christmas tree. From Disney characters to food items, and from cars to tigers. In theory, there is something there for everyone. “I am a Christmas ornament” applies to a certain extent here. Everyone should be able to identify with something on these walls. Even if it’s only a small part of your personality.

But I am overwhelmed. Just like my children. Every year they are allowed to choose a new ornament, and every year it is an hour-long task. Between the little dancers, hamburgers, guitars, and stars, it is difficult to determine what your heart truly desires. The more there is to choose from, the less the spark ignites. Nothing truly fits, and a lot of things fit a little.

Soccer ball

The eldest, let’s just say, not super good with stimuli, completely locks up and decides it is better to slightly force her help in other people making their choices. Even if they are not waiting for any help at all. The middle one is looking for a soccer ball, but that is precisely the only thing that just happens not to have been molded into an ornament. The youngest is torn between a crystal red bird and a penguin on a kind of cake with all kinds of Christmas decorations.

​Yes, that really existed. As a Christmas ornament. Let that sink in.

While the middle one settles for sushi (don’t ask), the youngest and the eldest wander back and forth twenty-five more times before finally selecting the bird. The eldest decides that there is also a wall of tree decorations downstairs, of which hers must be chosen. A manageable little wall, with limited choices. And there dangles little Garfield. He’s also not good with too much fuss and crowds. He fits.

1984

I had planned to pick out something for myself this year too, but I didn’t manage to. Should I have bought a kitschy wine glass? Or a sparkling snowflake? Harry Potter? I wouldn’t know. All I felt was the pressure of “I must get something, but I don’t want anything.”

I think again of Bert and Ernie talking on their record about oblong and round baubles. And oval ones, “in the shape of a tangerine,” just like Ernie’s head. 1984, when there were still about three types of ornaments in a maximum of fifteen colours. Trees were probably always real. The lights always tangled or partly defective. And everyone still sent a Christmas card because that was the custom.

​Simpler. Not necessarily less fun. I would be perfectly happy to simply choose a new colour of round bauble every year and not be surprised by sex toys or cargo bikes in the shape of Christmas decorations. I could also perfectly tolerate it if that aisle were about a third as long today.

Waste

​I don’t necessarily want to go back to 1984. I enjoy this world, where so much is possible and new discoveries always await. Where boredom basically no longer exists. But sometimes I would like to have a few less things to choose from. Especially when it comes to nonsensical things like Christmas decorations. I also wonder if there is really a market for each of these thousand ornaments. And what happens to them if there isn’t? Garbage? Waste? You won’t make a developing country happy with this either. It’s just junk then. And a waste of all the time, energy, and space that has been invested in it. Quite sad.

Collage

At home, we hang the new acquisitions in the tree, accompanied by, among others, Peppa Pig, trains, Tinkerbell, a donut, cats, more birds, Stitch, Deadpool, unicorns, wooden houses, and ballerinas. Thirteen years of children’s hobbies and other interests hang together as a kind of collage of our family over the years. It is a cheerful sight. Messy yet organized. Exactly what we need and nothing more.

We are not one Christmas ornament. We are an entire tree. Not round, not oblong, not oval, but simply chaotic, colourful, and loud somehow.

Yup. That’s us.

Ik ben een kerstbal

Puzzel

De afgelopen weken heb ik weer uitgebreid ongemakkelijk kunnen poedelen in mijn imposter syndrome. Gevoelsmatig ben ik op een dag per ongeluk begonnen met carrière maken en er eigenlijk nooit echt mee opgehouden. Niet omdat ik dat per se zo wilde en ook ook niet omdat ik dacht dat ik het kon. Maar het is toch gebeurd en tot op heden gaat het maar door.

Maar eerlijk is eerlijk: ik heb nooit echt geweten wat ik later wilde worden, behalve gelukkig.

Kwartetspel

Ondertussen kan ik echt met open mond staren naar mensen met een weldoordacht verhaal over het hoe en waarom van hun loopbaan en alle achterliggende gedachten die ze daarbij op tafel leggen. Als een kwartetspel waar steeds mooie nieuwe setjes bijkomen. Doelgericht en weloverwogen. Indrukwekkend.

Nee, dan ik… Het type dat gewoon maar wat van de stapel gepakt heeft en zo weer totaal onverwacht een viertal compleet maakt. Er ligt een mooi ensemble voor me, waar ik ook best trots op ben, maar om nou te zeggen dat er een plan achter zat? Ik laat me liever verrassen.

Puzzel

Er is mij de afgelopen weken meermaals verteld dat dit heus je reinste onzin is. Dat mijn lijfspreuk ‘ik doe maar wat’ in de archieven kan onder de categorie -onzin-. Ik waardeer dat enorm, maar toch voel ik het niet zo.

En dat vind ik geen schande.

We zijn allemaal piepkleine stukjes in een gigantische puzzel, met elk onze eigen hoekjes en randjes, kleurtjes en krabbeltjes. Mijn stukje is niet groter of mooier dan de anderen en al helemaal niet beter. Volgens mij gaat het er vooral om waar je ligt in de puzzel op enig moment, hoe snel je gevonden wordt en of je met de stukjes om je heen een beetje in staat bent een geschikt geheel te vormen.

Geen Ravensburger

Deels heb je daar natuurlijk wat invloed op. Van een beetje roepen, zwaaien en werken aan je kleurtjes, neemt de vindkans wel degelijk toe. En hoe je aanklikt op de rest, dat voel je zelf het beste. Passen jouw randjes en karteltjes een beetje lekker op de omliggenden? Dan zit je goed. Schuurt het een beetje? Dan lig je misschien toch verkeerd; of een ander stukje ligt niet helemaal lekker. Dat kan natuurlijk ook. Zelfs als het soms net lijkt alsof je samen een leuk plaatje bent om naar te kijken. Als het voelt alsof je erin geramd bent door een kleuter, kun je beter even je positie heroverwegen.

En de puzzel is ook nog eens in beweging natuurlijk. Het is geen Ravensburger. Dus moet je goed blijven aanvoelen en aansluiten. De hele tijd. En soms besluiten dat het beter kan. Of anders. Vergeet ook niet rond te kijken of je nog andere puzzelstukjes ziet die erbij horen. Daar wordt het geheel completer van. En dat voelt gewoon lekker.

Totaalplaatje

Natuurlijk heb ik mezelf in al dat gepuzzel best wel leren kennen. Mijn stukje is ook wel degelijk veranderd over de jaren heen. Ik weet hoe ik beweeg en beweging maak in het geheel. Ik ben chronisch op zoek naar de essentie van dingen. Wat is eigenlijk het totaalplaatje van deze puzzel? En waarom dan? Ik verbind me aan anderen om samen het beeld af te maken. Daarin ga ik met plezier voorop, maar laat anderen voorgaan als ze daar klaar voor zijn. Ik vind het prima om in het midden of aan de randjes te liggen als de situatie daar om vraagt. Ik vind het trouwens ook heel interessant om mee te denken over de puzzel zelf.

Hobby blogger

En dat alles zonder een echt volwaardige vorm van theoretische onderbouwing. Ik doe het uit mijn onderbuik. Vanuit mijn verleden en mijn heden. Vanuit het grote plaatje en mijn zoektocht naar alle bochten en kronkels die het samenbrengen. En vanuit de overtuiging dat alles beweegt.

Altijd.

Mijn werkwijze komt nauwelijks uit een managementboek of training. Of vanuit mijn studie literatuurwetenschap, waarmee je, naar mijn bescheiden mening, nog steeds ‘niks kan worden’, behalve een ontzettend wollige hobby blogger.

Meissie

Het komt uit een samensmelting van popcorn verkopen aan een uitverkochte bioscoopzaal op zaterdagavond en het interviewen van de burgemeester van Zwolle of Henk Wijngaards, die me aan de telefoon steevast ‘meissie’ noemde. Het komt uit het voorbeeld van anderen die echt kneitergoed kunnen puzzelen en het opvoeden van mijn kinderen en hun uitdagingen om hun plekje te vinden in alles. Maar ook vanuit de zanglessen die ik neem om gewoon te leren loslaten dat de puzzel altijd maar netjes moet liggen. Het volgt uit de puzzelstukjes die ik verloren ben over de jaren en die ik zo graag nog bij me had gehad.

Het is een som der delen. Zonder rekenmachine en helemaal uit mijn hoofd. Ik vroeg niet veel en toch alles tegelijk. Ik wilde alleen maar gelukkig worden.

En dit was blijkbaar de manier.



ENGLISH

The puzzle

The past few weeks, I’ve had the chance to extensively and uncomfortably paddle around in my imposter syndrome again. Subjectively, one day I accidentally started building a career and I never really stopped. Not because I necessarily wanted to, and not because I thought I could. But it happened anyway, and it’s still going on today.

But honestly: I never really knew what I wanted to be when I grew up, except happy.

Card game

Meanwhile, I can genuinely stare open-mouthed at people with a well-thought-out narrative about the how and why of their career and all the underlying thoughts they present. Like a game of cards where beautiful new sets keep being added. Goal-oriented and deliberate. Impressive.

And then there’s me… The type who just grabbed something from the pile and thus, completely unexpectedly, completed a set of cards. I have a nice ensemble in front of me, which I am quite proud of, but could I say there was a plan behind it? I prefer to be surprised.

Puzzle

I’ve been told repeatedly in recent weeks that this is utter nonsense. That my motto, ‘I’m just winging it,’ can be archived under the category -nonsense-. I appreciate that enormously, but I still don’t feel it that way.

And I don’t think that’s something to be ashamed of.

We are all tiny pieces in a gigantic puzzle, each with our own corners and edges, colours and scribbles. My piece is no bigger or more beautiful than the others, and certainly not better. I believe the main thing is your place in the puzzle at any given moment, how quickly you are found, and whether you are capable of forming a suitable whole with the pieces around you.

Toddler

Partly, you do have some influence on that, of course. Shouting a little, waving, and working on your colours certainly increases the chance of being found. And how you click with the rest—you are the only one feeling the connection. Do your edges and serrations fit nicely with the surrounding ones? Then you are in the right place. Does it feel a bit abrasive? Then perhaps you are in the wrong spot; or maybe another piece isn’t quite fitting well. Even if it sometimes looks like you form a nice picture together. If it feels like you’ve been rammed into place by a toddler, you might want to reconsider your position.

And the puzzle is in motion, of course. It’s not a Ravensburger. So you have to keep feeling and connecting. All the time. And sometimes decide that it could be better. Or different. Don’t forget to look around to see if you can see other puzzle pieces that belong there. That completes the picture. And that just feels good.

The big picture

Of course, I’ve gotten to know myself quite well in all that puzzling. My piece has certainly changed over the years. I know how I move and create movement within the whole. I am chronically searching for the essence of things. What is actually the big picture of this puzzle? And why? I connect with others to complete the image together. I am happy to lead the way in that, but I let others go first if they are ready for it. I find it fine to be in the middle or on the edges if the situation demands it. I also find it very interesting to help think about the puzzle itself.

Hobby blogger

And all of this without a truly complete form of theoretical justification. I do it by instinct. Based on my past and my present. From the big picture and my search for all the twists and turns that bring it together. And from the conviction that everything moves.

Always.

My method barely comes from a management book or training. Or from my literature studies, with which, in my humble opinion, you still ‘can’t become anything,’ except a terribly woolly hobby blogger.

Girly

It comes from a fusion of selling popcorn to a sold-out cinema hall on a Saturday night and interviewing the mayor of Zwolle or folk singer Henk Wijngaards, who invariably called me ‘little girly’ on the phone. It comes from the example of others who are incredibly good at puzzling and from raising my children and their challenges in finding their place in everything. But also from the singing lessons I take just to learn to let go of the idea that the puzzle always has to lie neatly. It follows from the puzzle pieces I have lost over the years and wish I still had with me.

It is a sum of the parts. Without a calculator and entirely in my head. I didn’t ask for much, yet everything at once. I only wanted to be happy.

And this was apparently the way to make it happen.
 

Puzzel

De heg / The hedge

(Scroll down for English version)

Terwijl ik met de muziek op standje honderdvijftig alle waxinelichthoudertjes sta af te stoffen met een natte lap, vraag ik me stilletjes af hoeveel mensen écht gaan controleren of het hier wel stofvrij is. Kijk, je zoekt het misschien niet direct achter me, maar ik vind het oprecht leuk om mensen te vermaken. Dus heb ik komende maandag na een teamdag mijn hele team uitgenodigd bij mij thuis. Voor een hap, een slok en wat light entertainment. Mochten we onverhoopt verzanden in een karaoke spektakel, dan kan dat ‘light’ er wel vanaf, maar vooralsnog is dat nog geheel open.

Zwabberend

Wat ik vervolgens dus niet kan uitstaan aan mezelf is dat ik niet gewoon de deuren open kan gooien en kan zeggen: ‘welkom, ik heb een druk bestaan, dus misschien is het niet super glimmend en spik en span, maar volgens mij mag dat de pret niet drukken!’

Nope. Dat kan ik niet.

Dus zo vond ik mezelf vandaag druk zwabberend en stoffend tussen het meubilair. Niet dat het smerig was ofzo. Maar het was ook niet smetteloos. En dat kan dus echt niet. Stel je toch eens voor dat er iets gevonden wordt van mijn poetskwaliteiten. Dat zou ik toch niet kunnen verkroppen.

Oer

Wat ik wel noodgedwongen los heb moeten laten is de heg. Rondom ons huis woekert  dat ding wat af. Het ziet er niet uit. Maar tijd en vooral zin ontbreken ons zo hard, dat het ding lekker welig blijft tieren. Heerlijk ‘oer’ laten we maar zeggen; natuur in vol ornaat.

Het is geen prikkelstruik, maar wel degelijk een doorn in het oog. Dus wat moeten ze wel niet denken… leuk mens, maar ze kan nog geen struik onder controle houden.

Gelukkig schemert het al, zodra ze komen.

Hitzone

Dit is wel degelijk onderdeel van een groter probleem. Ik zie er graag in control uit. Met een fulltime baan, een stel hersens dat regelmatig niet in staat is tot onthouden van belangrijke zaken (in tegenstelling tot alle pulp die wel gewoon blijft hangen… ik kan bijvoorbeeld de hele Hitzone 1993 CD nog meezingen) en drie kinderen die links en rechts het huis overhoop trekken, is dit natuurlijk een hopeloos verhaal. En ik hoor je denken, wauw, dat was een lange zin… dat klopt. Dat is precies wat ik bedoel.

Scouting blouse

Maar toch lukt het bijna altijd. Of nou ja, voor de buitenwereld lijkt het heel wat. Zo zei een moeder van een bevriend kind van onze zoon gisteren nog dat ik zo ontzettend gestructureerd ben.

Veeg mij maar op.

Zij weet niet dat ik vandaag een uur heb gezocht naar een scouting blouse die op miraculeuze wijze is verdwenen in ons huis. Niet gevonden overigens. Ze heeft geen idee dat ik mezelf echt een schouderklopje geef als het weer gelukt is om op tijd boodschappen in huis te hebben voor de hele week. Ze ziet niet dat ik mails en whatsappjes niet beantwoord, omdat ze precies op het verkeerde moment binnenkomen en ik er later nooit meer aan denk. Ze heeft geen idee van de staat van mijn keukenkastjes…

Stuiterbal

Hoe dan ook. Het probleem zit bij mij. Want wat boeit het eigenlijk hoe de heg erbij hangt? En wat maakt het uit als alle hapjes niet in vrolijk gekleurde aardewerkschaaltjes zitten? En wie kan het wat schelen dat het speelgoed werkelijk overal ligt in ons huis? Stuiterbal tussen de sterke drank? Is hier normaal.

Niemand boeit (zou de puber hier zeggen).

Plinten

En nu heb ik dus staan poetsen voor de kat zijn viool, omdat onze heg de waarheid alsnog verraadt. Waarschijnlijk is het feit dat we na een jaar of vijf hier nog steeds niet overal plinten hebben ook een stiekeme give-away. En ik vraag me ineens af of de koelkast met drinken eigenlijk wel een beetje toonbaar is van binnen….

Misschien is het ook wel prima als ze de echte Kim leren kennen. Zonder plinten en met een hysterische begroeiing rond het huis. Die Kim heeft ook best leuke aspecten.

Zoals een karaoke microfoon.


English

While I’m dusting all the tea light holders with a wet cloth, with the music turned up to one-hundred-and-fifty, I quietly wonder how many people are really going to check if it’s dust-free in here. Look, you might not expect it, but I genuinely enjoy entertaining people. So, this coming Monday, after a team day, I’ve invited my entire team over to my place. For a bite, a drink, and some light entertainment. Should we unexpectedly get bogged down in a karaoke spectacle, then that ‘light’ part might have to be dropped, but for now, that’s still completely open.

Mopping

What I subsequently can’t stand about myself is that I can’t just open the doors and say: ‘welcome, I have a busy life, so maybe it’s not super shiny and spick and span, but I think that shouldn’t spoil the fun!’

Nope. I can’t do that.

So that’s how I found myself busy mopping and dusting among the furniture today. Not that it was filthy or anything. But it wasn’t spotless either. And that simply won’t do. Just imagine if something was said about my cleaning skills. I wouldn’t be able to bear that.

Primitive

What I have been forced to let go of though, is the hedge. That thing is growing rampant around our house. It looks a mess. But we are so desperately lacking in time and, especially, inclination, that the thing just keeps flourishing nicely. Pleasantly ‘primitive’, let’s say; nature in its full glory.

It is certainly an eyesore. So what will they be thinking… nice person, but she can’t even keep a bush under control.

Fortunately, it will already be getting dark when they arrive.

Hitzone

This is definitely part of a bigger problem. I like to appear ‘in control.’ With a full-time job, a brain that is often unable to remember important things (in contrast to all the junk that just sticks… I can, for example, sing along to the entire Hitzone 1993 CD) and three children who are pulling the house apart left and right, this is of course a hopeless story. And I hear you thinking, wow, that was a long sentence… that’s right. That’s exactly what I mean.

Scouts blouse

But I almost always manage it anyway. Or well, to the outside world, it looks pretty good. For example, the mother of a friend of our son said yesterday that I am so incredibly structured.

Oh, come on…

She doesn’t know that today I spent an hour looking for a Scouts blouse that miraculously disappeared in our house. Not found, by the way. She has no idea that I genuinely give myself a pat on the back when I’ve managed to get groceries in on time for the whole week again. She doesn’t see that I don’t reply to emails and WhatsApp messages because they arrive at exactly the wrong time, and I never remember them later. She has no idea of the state of my kitchen cupboards…

Bouncy ball

Anyway. The problem lies with me. Because what does it actually matter what the hedge looks like? And what does it matter if all the snacks aren’t in cheerfully coloured porcelain bowls? And who cares that the toys are literally everywhere in our house? Bouncy ball between the liquor bottles? That’s normal here.

Nobody cares.

Skirting boards

And now I’ve been cleaning for nothing, because our hedge betrays the truth anyway. The fact that we still don’t have skirting boards everywhere after about five years here is probably also a giveaway. And I suddenly wonder if the fridge with drinks inside is actually somewhat presentable…

Maybe it’s okay for them to get to know the real Kim. Without skirting boards and with a hysterical hedge growing around the house. That Kim also has some nice aspects.

Like a karaoke microphone.

De heg / The hedge

Lampjes /Lights

Als ik in het donker langs een appartementencomplex loop, zie ik achter alle ramen de lampen branden. Ik tel de ramen. Zestien stuks.

Overal achter deze ramen bevinden zich één of meerdere levens waar ik niets van weet. Mensen waarvan ik de namen niet ken. Er wordt gelachen om grappen die ik niet heb gehoord. Er wordt gehuild om verdriet dat ik niet heb gevoeld.

Ik voel me minuscuul klein. 

Eén appartementencomplex; zoveel meer dan ik kan bevatten. Hoeveel appartementencomplexen hebben we wel niet in de wereld? En hoeveel levens zal ik dus nooit aanraken? Van hoeveel mensen zal ik nooit weten wat ze beweegt en van hoeveel mensen zal ik nooit begrijpen dat ze de dingen doen die ze doen? De goede dingen, maar ook de slechte.

Vruchten

Mijn netwerk is niet klein. Familie, vrienden, collega’s, kennissen. Als je iedereen bij elkaar optelt, kom je al gauw in de tientallen of zelfs honderdtallen uit. Sommigen spreek ik dagelijks. Sommigen wekelijks. En soms heb ik iemand jaren niet gezien of gesproken, maar ik weet dat het moment van hereniging sowieso een goed moment zal zijn. Dan heb ik hele stukken van een ander leven overgeslagen, maar halen we die in met één avond wijn drinken.

Niets is vluchtiger dan contact en verbinding. Je moet het blijven voeden om te kunnen eten van de vruchten die het afwerpt. Ik maak graag en veel contact en doe moeite om het te onderhouden. Dat lukt soms wel, maar zeker niet altijd. Zo verloor ik vriendschappen vrijwel nooit met onenigheid, maar wel met warrigheid. Vergeten te reageren, vergeten te vragen hoe het nu is, vergeten er echt te zijn. De wil is er zeker, de uitvoering soms matig. Zeer matig.

Lichterlaaie

Zoals bij die zestien ramen waar ik langsloop, branden in mijn hoofd soms alle lampjes tegelijk. Staat op de ene plek de vaatwasser aan, ergens anders moet nodig eens gestofzogen worden, linksonder zit iemand te wachten op antwoord en ergens in een hoekje achter een bureau probeer ik nog even snel een werkopdracht af te ronden. Ondertussen breken mijn kinderen een van de kamers af met een voetbal en de aardappelen koken over terwijl ik een telefoontje pleeg over de gevelrenovatie die niet te plannen valt vanwege de regen. 

Ik voel me nog kleiner dan eerst. Als in alleen al mijn hoofd zoveel lampjes tegelijk branden… waarom staan we dan nog niet gezamenlijk in lichterlaaie?

Zichtveld

Soms denk ik wel eens, als ik lees over een ernstig ongeluk bijvoorbeeld, dat niemand zijn dag begint voor het onverwachte. Hoeveel mensen worden ’s ochtends wakker met een plan, maar eindigen die dag bijvoorbeeld in het ziekenhuis. Voor henzelf of voor een dierbare? En voor hoeveel van ons gebeurt dit compleet buiten ons zichtveld? 

De wereld is vol onbekenden en onvoorspelbare momenten. Dat maakt dat mensen soms naar het individualisme trekken denk ik. Dat is wat je kent en begrijpt. De rest is groot, vaag en onberekenbaar. Bij jezelf en de jouwen is het veilig.

Ik weet het niet. 

Er zijn miljarden mensen, met elk tientallen lampjes tegelijk aan in hun hoofd en hun huis. Maar al die lampjes geven licht en warmte. En soms ook kleur. Toen ik bij een huis aan huis blad werkte en dagelijks in contact kwam met nieuwe mensen, raakte ik ontzettend geïnspireerd door het concept passie. Iedereen die ik sprak had een mooi verhaal en wist hier vol overtuiging over te vertellen. Vuur en vlam in levende lijve.

Kerstboom

Al mijmerend loop ik verder. Ik passeer een woonhuis. Er staat al een kerstboom in de woonkamer; grappig. Maar waarom ook niet, denk ik bij mezelf. Nog meer lampjes. Waarom ook niet. Ik kan het aan.


ENGLISH

​As I walk past an apartment building in the dark, all the lights are on behind the windows. I count them. Sixteen. Behind all these windows are one or more lives I know nothing about. People whose names I don’t know. There is laughter over jokes I haven’t heard. There are tears over sorrow I haven’t felt.

​I feel infinitely small.

One apartment building; so much more than I can grasp. How many apartment buildings do we have in the world? And how many lives will I therefore never touch? Of how many people will I never know what moves them, and for how many will I never understand why they do the things they do? The good things, but also the bad.

Fruits

​My network is not small. Family, friends, colleagues, acquaintances. If you count them all, you quickly reach the tens or even hundreds. Some I speak to daily. Some weekly. And sometimes I haven’t seen or spoken to someone for years, but I know that the moment of reunion will be a good one regardless. I may have skipped whole chunks of another life, but we catch up over one evening of drinking wine.

Nothing is more fleeting than contact and connection. You have to keep feeding it to be able to eat the fruits it bears. I enjoy making contact and I make an effort to maintain it. Sometimes I succeed, but certainly not always. I almost never lost friendships through conflict, but rather through muddle. Forgetting to respond, forgetting to ask how things are, forgetting to really be there. The will is definitely there, the execution is sometimes mediocre.

Ablaze

​Just like those sixteen windows I’m walking past, sometimes all the lights in my head are on at the same time. In one spot, the dishwasher is running, somewhere else needs vacuuming urgently, in the bottom left corner someone is waiting for an answer and somewhere in a corner behind a desk I’m trying to quickly finish a work assignment. Meanwhile, my children are dismantling one of the rooms with a football, and the potatoes are boiling over while I’m making a phone call about the wall renovation that can’t be scheduled due to the rain.

I feel even smaller than before. If only my head has so many lights on at the same time… why aren’t we all already collectively ablaze?

Passion

​Sometimes I think, when I read about a serious accident for example, that no one starts their day expecting the unexpected. How many people wake up in the morning with a plan, but end that day in the hospital, for example. For themselves or for a loved one? And for how many of us does this happen completely outside our scope?

​The world is full of strangers and unpredictable moments. I think that’s why people sometimes gravitate towards individualism. That’s what you know and understand. The rest is big, vague, and incalculable. It’s safe with yourself and yours.

​I don’t know.

There are billions of people, each with dozens of lights on simultaneously in their heads and their homes. But all those lights give light and warmth. And sometimes also colour. When I worked for a local neighbourhood magazine and came into daily contact with new people, I became incredibly inspired by the concept of passion. Everyone I spoke to had a beautiful story and shared it with complete conviction. Fire and flame in the flesh.

Christmas tree

​Musing, I walk on. I pass a house. There’s already a Christmas tree in the living room; funny. But why not, I think to myself. More lights. Why not? I can handle it.

Lampjes /Lights

Regenjas

Trots schep ik tegenwoordig op, aan iedereen die het maar horen wil, dat ik nu op vijftien minuten fietsen van mijn huis werk. Hoe zalig dat is te combineren met kinderen en het avondeten, de bergen was en gewoon het algemene hardnekkige schuldgevoel van de werkende moeder. Hoe goed het ook is voor mijn beweging en meer van dat soort sociaal gewenst gemiemel. Ik doe er echt enorm cool over.


Toen ik vanmorgen weer stond te hannessen met mijn lange, beige waterdichte jas, om voor de zoveelste keer een poging te doen om niet al te druipend op kantoor te arriveren, voelde ik me lang niet zo geweldig.

Hermetisch


Allereerst, dat ding ziet er niet uit. En nee, ik heb heus niet de ambitie om altijd mooi door het leven te gaan, maar op de schaal van afgrijselijk en afzichtelijk scoort dit model hoog. Het is groot. Het is plastic. Het is vormloos. Het is gewoon niet sexy. 

Ten tweede, waterdicht werkt wel degelijk twee kanten op. Fietsen in een hermetisch afgesloten gewaad, blokkeert de luchtcirculatie dusdanig dat ik alsnog een soort van klam aankom. Plakkend en zwetend, wel te verstaan. Gewoon niet hoe je idealiter je werkdag begint, laten we maar zeggen.

En dan nog de capuchon. Natuurlijk fijn om je coupe te beschermen tegen wateroverlast, maar wie kan er nou fietsen met een capuchon op? Trek ik dat ding over mijn oren, dan zie ik direct links en rechts niets meer. Een onwelwillend individu zou me zonder moeite van weerszijden kunnen besluipen en zijn onwelwillendheid kunnen vertonen. Compleet uit het niets voor mij. Ik vind dat een onprettige gedachte.

Ik vind het ook gewoon heel lastig om te kijken of er iemand van rechts komt.

Luxe


Kortom, kommer en kwel. En de herfst is nota bene pas net begonnen. De bladeren hangen een beetje fifty-fifty aan bomen of rond onder mijn fietswielen op het glibberige fietspad. En de eikels vallen soms hard op je hoofd als je door een laan fietst.

“Lekker op het fietsje!’ Dat is wat veel mensen zeggen. En vooral ook ‘wat een luxe.’

Nou… Het is echt veel dingen, maar niet luxe. Heb ik meer rust en tijd voor de dingen die ertoe doen? Absoluut. Is het makkelijker om ‘even op kantoor’ af te spreken? Zeker. Voelt het best lekker om even te bewegen aan het begin- en einde van de werkdag? Zonder twijfel. Is het heel cool? Mwah. Gaat wel.

Te gek


Blijf ik desalniettemin opscheppen? Maar natuurlijk. En dan blijven de aanhoorders gewoon zeggen hoe jaloers ze erop zijn. Dan moffel ik die pokke jas gewoon vakkundig weg uit mijn verhaal en kan ik met een brede glimlach beamen dat het inderdaad te gek is. Dat fietsen.

Echt top.


ENGLISH


Rain coat

My latest hobby is boasting to everyone who will listen that I now work a fifteen-minute bike ride from my house. How wonderful it is in combination with children and dinner, the mountains of laundry, and simply the general persistent guilt of the working mother. How good it is for my physical health and more of that kind of socially desirable mumbling. I am acting very cool about it.

When I was fumbling again this morning with my long, beige waterproof coat, attempting for the umpteenth time not to arrive at the office dripping wet, I didn’t feel so great at all.

Hermetical

First of all, that thing is hideous. And no, I certainly don’t aspire to always go through life beautiful, but on the scale of atrocious and unsightly, this model scores high. It’s big. It’s plastic. It’s shapeless. It’s simply not sexy.

​Secondly, waterproof definitely works both ways. Cycling in a hermetically sealed garment blocks air circulation to such an extent that I still arrive somewhat clammy. Sticky and sweaty, mind you. Just not ideally how you start your workday, let’s say.

​And then there’s the hood. Naturally, it’s nice to protect your hairdo from water damage, but who can cycle with a hood up? If I pull that thing over my ears, I immediately can’t see anything left or right anymore. An ill-willed individual could easily sneak up on me from either side and display their malice. Completely out of the blue for me. I find that an unpleasant thought.

I also just find it very difficult to check if someone is coming from the right.

Luxery

​In short, doom and gloom. And autumn has only just begun. The leaves are hanging about fifty-fifty on trees or scattered around under my bicycle wheels on the slippery bike path. And sometimes acorns tend to fall hard on your head when you cycle through an avenue.

​”How nice! Just riding your bike!” That is what many people say. And especially “such luxury.”

Well… It’s really many things, but not luxury. Do I have more peace and time for the things that matter? Absolutely. Is it easier to arrange to “pop into the office for a moment”? Certainly. Does it feel quite good to get some exercise at the start and end of the workday? Without a doubt. Is it really cool? Meh. Could be better.

Fantastic

​Do I nevertheless keep boasting? But of course. And then the listeners just keep saying how jealous they are of me and my newfound joy in commuting. Then I simply expertly gloss over that darn coat in my story and can confirm with a broad smile that it is indeed fantastic. All that cycling.

​Really awesome.

Regenjas

Loempiaverkoper

De loempiaverkoper had een topdag gehad. Bijna alles was uitverkocht. ‘En het begon gewoon vanmorgen vroeg al. Ik wist niet wat me overkwam’, glundert hij van oor tot oor.  Wat lief, denk ik. Zijn loempia’s zijn schijnbaar super populair en hij is helemaal overrompeld door zijn succes. Zoonlief is dan ook dolenthousiast over de Vietnamese frituurhap, nadat hij er één soldaat gemaakt heeft. Ik krijg een gedetailleerd verslag over smaak, samenstelling en het niveau van pittigheid van de bijgeleverde saus.

Bij de bakker staan twee jonge meisjes broodpakketjes en taart in te pakken. Vanavond hebben ze een personeelsfeestje en ze zijn ook al bijna klaar met werken, vertellen ze aan de vrouw voor mij. De meisjes hebben het zichtbaar leuk samen en kijken uit naar de komende uren. Ze werken onverminderd hard en zeggen iedere klant vriendelijk gedag en ‘geniet ervan’. Wat een goedgemutste meisjes.

Bier en kaasfondue

Dan ineens komt er een luid joelend gezelschap mannen voorbij op een bierfiets. Die zie je niet gauw in onze wijk, dus het trekt veel bekijks. Er wordt opgewonden gepraat en de fiets zoeft veel harder voorbij dan je zou denken dat zo’n fiets kan. Of mag. Maar wat een feestje op wielen. Links en rechts hoor ik mensen opmerken dat het er ‘erg gezellig uitziet’.

In de supermarkt kopen we alles waar mijn zoontje zin in heeft voor bij de kaasfondue. Alles wat zijn vriendje er ook altijd bij heeft. Als een blij hondje dartelt hij van schap naar schap. Hij bepaalt wat de pot schaft vandaag.

Waterscooter

Vanmorgen zong mijn dansleraar hard mee met de muziek; in zijn instructie microfoon. Ook vond hij op een van de techno deuntjes de melodie en tekst van ‘toeter op mijn waterscooter’ goed passen. Ik vond dat zelf wel meevallen, maar ik moest hem nageven dat zijn energie aanstekelijk was.

Toen ik vanmorgen een tweede kom honingringetjes volgoot voor mijn jongste, kreeg ik het compliment dat ik de beste moeder ooit ben. 

En toen vanavond manlief op het reclame deuntje van de Plus zong: ‘dat is het nadeel van Min!’, heb ik zeker vijf minuten niet normaal kunnen ademen vanwege de slappe lach. 

Kersjes

Het was gewoon een zaterdag, zou je zo denken. Maar niet iedere zaterdag is zo. Ik heb niks bijzonders bereikt. Ik had ook geen enkel plan. De was is niet eens gelukt. Maar ik heb een boodschap gedaan, een leuk gesprekje online gevoerd, ik deed een dansje en er is eten op tafel gekomen. Niks spectaculairs, maar alles was versierd met kleine lichtpuntjes en kersjes op de taart.

Ik wist niet wat me overkwam. En het begon gewoon vanmorgen vroeg al.

Loempiaverkoper

What the man?!

‘Ik heb een toepassing!’, komt hij luid schreeuwend binnengerend. Eén meter dertig aan out-of-the-box-zienswijzen staat glunderend voor me met zijn piepkleine keepershandschoentjes in zijn vingers. ‘Een toepassing?’ Ik kijk hem vragend aan. Het blijkt dat hij ze simpelweg aan wil. En die dingen zijn super strak, dus hij heeft zijn moeder nodig. Eigenlijk ben ik hier gewoon de ‘toepassing’.


Om onze jongste te begrijpen heb je een speciaal woordenboek nodig. Er komen de meest rijk ingekleurde uitspraken uit. Met ingewikkelde woorden die hij, als piepkuikentje onder ons, handig opvouwt tot een voor hem werkbare vorm van communicatie.

Voltooid


Soms is hij dan plots heel formeel. Bijvoorbeeld als de Kung-fu leraar vraagt of hij vandaag een proeflesje komt meedoen. Dan zegt hij plechtig: ‘Ja, dat kom ik.’ En in plaats van een tekening afgemaakt te hebben, heeft onze twee turf hem ‘voltooid’…

Maar de dag dat hij ‘what the man!’ introduceerde een paarjaar geleden, heeft ons leven als gezin veranderd. Wij roepen tegenwoordig vooral nog ‘what the man!’. Als iets niet gaat zoals het moet, als iets ons verbaast of gewoon in de vragende vorm. ‘What the man ben jij aan het doen?!’ Mijn man en ik gebruiken WTM als doodnormale afkorting in whatsapp. Op een dag maakte de taalboetseerder er zelfs ‘what the holy men’ van.

Dan weet je dat het serieus is.

Bruh



Ik zou wel willen pleiten voor meer vrijheid en creativiteit in de alledaagse taal. Wat let ons om de regels her en der wat los te laten en het leven wat op te leuken?

Ik ben altijd gefascineerd geweest door de evolutie van taal. Hoe hard de taalpurist in mij ook sterft als mijn dochter stuurt: ‘mazzer, wil je ff me tikkie betalen?’, hoe mooier ik het ook vind eigenlijk. Ik laat me misschien geen ‘bruh’ noemen door mijn jonkies, maar ik kan er best in mee als dat onderdeel wordt van ons vocabulaire thuis.

Als hoogbejaarde pubermoeder (vraag het ze maar; ik ben stokoud) heb ik mezelf ooit nog eens wat woorden van de Jeugd van Tegenwoordig eigen gemaakt, die er nog altijd maar moeilijk uit te slaan zijn. Zo is ‘watskeburt’ voor mij een doodnormale vraag, heb een bijzonder gevoel bij het woord ‘kerk’ en gaat iets soms echt ‘te fur’.

Hip



Woorden komen en gaan. Ooit waren ‘skibidi’, ‘slay’ en ‘cringe’ erg in de mode aan onze keukentafel. Tegenwoordig wil je niet meer dood gevonden worden met zulke woorden op je lippen. Ik ben overigens inderdaad te oud om dit goed bij te houden. Ik heb daar echt onze persoonlijke jongeren bij nodig, om een beetje hip te blijven. ‘Hip’ is trouwens een vreselijk onhip woord.

Maar soms blijft er wel echt iets achter in de taal. Prachtig toch? We kennen allemaal wel wat voorbeelden van van Kooten en de Bie (jemig de pemig, doemdenken, regelneef), maar ik mag zelf ook nog graag ‘drommels’ lenen van de Baron uit Bassie en Adriaan.

Serieusneus


Waarom zou zoiets ook behouden moeten zijn aan de jeugd? Zonde dat we die vrijheid opgeven zodra we gaan werken en de serieusneus gaan uithangen. De enige trending woorden die we dan nog papagaaien zijn holle termen uit managementboeken en zelfhulpbijbels. #gaap.

Dus geef niet op! Ook grote mensen mogen spelen. En al helemaal met taal. Ik bedoel, what the man zit ik hier anders te doen?

Precies, bruh. Precies.

What the man?!

Ober

Ik schuifelde onlangs weer eens wat door de keuken om ingrediënten bij elkaar te scharrelen. Eigenlijk mag je het geen ingrediënten noemen. Het middelste kind had gekozen en het was niet bepaald schijf-van-vijf-waardig. Tomatensoep uit een zak en van die smerige stokbroden waar de kruidenboter al tussen geprepareerd zit.


Gemak dient de mens. Niet per se de darmflora.

Verplichting


Toen wij op een dag besloten dat een gezin stichten een goed idee was, had ik deze verplichting niet goed overzien. Werkelijk iedere dag moet er in principe iets voedzaams en eetbaars geproduceerd worden tussen de klok van vijf en zeven. Waar ik, voordat ik de verantwoordelijkheid droeg voor een groepje nageslacht, nog weleens genoegen nam met een boterham, kom ik daar tegenwoordig toch niet goed meer mee weg.

Al bij het eerste ochtendgloren dient het gesprek rondom de culinaire bijeenkomst van deze avond zich aan. ‘Wat eten we vanavond?’ Nog voor mijn eerste koffie, voordat ik nu.nl heb nageslagen op wereldleed en überhaupt voordat mijn lippen een normale volzin kunnen uitbrengen, word ik geacht hier een passend antwoord op te formuleren. Meestal is dit overigens gewoon ‘dat weet ik niet’. Maar ze blijven het toch proberen.

Dag in, dag uit.

De obsessie met het avondeten van mijn kinderen is ook totaal ongegrond. Want meestal staat het resultaat van mijn kokkerellerij ze totaal niet aan. Als het eten niet in drie vakjes te verdelen is en het niet met één van de vier oersaaie bekende groenten wordt gepresenteerd, kan het veelal niemands goedkeuring wegdragen.

Smaakexplosies


Maar toen ik zaterdagochtend de vraag kreeg, die ik meestal met rollende ogen en zo ontwijkend mogelijk beantwoord, kon ik glunderend zeggen dat ik weliswaar geen idee had wat er voor hen op het menu stond, maar ik ging lekker luxe uit eten. Het contrast tussen mijn dagelijkse werkelijkheid en deze ervaring was dan ook zo groot, dat ik er wel over moest schrijven.

Van onder tot boven in de watten gelegd worden bij een fine dining restaurant raad ik iedereen aan die wat euro’s kan missen of iets te vieren heeft. Wij gingen ter ere van een verjaardag. Daar zat ik dan: geen jammerende bloedjes, die minutieus de mooi opgemaakte gerechtjes zaten te ontleden, met hele smerige uitdrukkingen op hun anders zo poezelige gezichtjes. Maar wel een onbehoorlijk luxueuze overdaad aan smaakexplosies. Het serviesgoed was ook veel mooier dan onze Ikea borden trouwens.

Croissantjes


En dan nog even over de huissommelier. Poeh poeh, nou nou, die kon leuk vertellen hoor. En ook als je geen wijn drinkt, omdat er nou eenmaal iemand de BOB moet zijn, was het bij deze man goed toeven. Het alcoholvrije arrangement had misschien nog wel meer zijn hart gestolen dan de wijn en de liefde voor het vak spatte er dan ook van af.

Het gezelschap aan tafel begon zich op een zeker moment serieus af te vragen of hij misschien ook croissantjes serveert ‘s ochtends. I rest my case.

Bij thuiskomst kreeg ik de vanzelfsprekende vraag: wat heb je gegeten? Nou, in alle eerlijkheid, ik kon het echt niet navertellen. En ik had dus niet eens gedronken. Maar wat een feestje was het voor alle betrokken zintuigen.

Met verve


Voor de afwisseling heel aardig. Zeker als je de volgende dag weer aardappelschijfjes staat om te scheppen voor bij de gekookte bloemkool en de vegetarische kipschnitzel. ‘Yes! We eten dit!’, concluderen mijn kinderen tevreden. Voedsel in drie vakjes en er kan lekker mayonaise bij. Vinden ze fijn.

De sommelier denk ik er zelf wel bij, terwijl ik mezelf nog eens bijschenk. Of zo’n gezellige ober die komt uitleggen wat voor speciale aardappel dit wel niet is en uit welke exotische ingrediënten dit namaak kippenvlees is samengesteld. Met passie. En verve. Eigenlijk is dat misschien het enige dat mist tijdens ons avondeten.

Een leuke ober.

Ober

Kroket

Terwijl zij zich stuk voor stuk voorzien van een wit bolletje en een kroket, krijg ik de opvallende opmerking: ‘voor een vegetariër zie je er best goed uit.’

Je denkt misschien: dat is niet gebeurd. Maar dat is écht gebeurd. Vergis je niet, ik vind het sowieso leuk om te horen dat ik er goed uit zie. Totaal geen moeite mee. Maar laat het dan wel duidelijk zijn dat zoiets vermoedelijk ook een causaal verband heeft met het feit dat ik niet lunch met kroketten. En op zich dus los staat van het feit dat ik geen vlees eet.

Dode beesten

Toen ik laatst bij een barbecue aangaf dat ik geen vlees of vis eet, vroeg iemand me ‘hoe lang ik daar al last van had’. Jongens… ik vermaak me uitstekend met vleesvervangers of groente op de barbecue! En eigenlijk is barbecueën sowieso niet echt mijn hobby. Maar als het zich dan toch voordoet, heb ik weinig last van het gebrek aan dode beesten op mijn bord. Die laat ik met liefde over voor de rest.

Toen ik in de sportschool een speciaal programma volgde om af te vallen, kreeg ik daar een menu bij. Dat bestond voor tachtig procent uit vleesgerechten. Toen ik vroeg of er misschien ook een vegetarische variant was, kreeg ik de vraag of ik ook geen eieren en kwark at. Nadat ik had uitgelegd dat eieren en ook kwark weliswaar soort van uit een dier komen, maar geen dier zijn, kreeg ik het advies om de vleesgerechten te vervangen door eieren en kwark. Is ook echt gebeurd. Geen grapje.

Staart

Dat mensen me een beetje raar vinden, daar kan ik goed mee leven. Dat mensen zich niet kunnen voorstellen dat je kunt overleven zonder vlees, dat vind ik ook echt prima. Ook grappig is namelijk de groep mensen die zijn vleesconsumptie probeert goed te praten of te minimaliseren. ‘Ja, ik eet ook echt amper vlees. Twee of drie keer per week. Knap dat je dit kan. Ik zou het niet kunnen. Ik zou het wel willen.’

Boeit mij dus echt niks. Al zou jij iedere week een heel varken verslinden, dan moet je dat lekker zelf weten. Echt, ik gun jou je gehaktbal of je biefstuk. Als daar je staart van gaat kwispelen, ben ik echt de laatste die er wat van zal zeggen.

Maar laat me lekker. Dat er op een menukaart in het restaurant maar twee keuzes staan, vind ik zalig. Ik heb een bloedhekel aan kiezen. Twee opties is precies genoeg voor een stressvrij kiesproces. Ik ben dus niet zielig en je hoeft nergens rekening mee te houden als je hapjes op tafel zet. Sterker nog: hoe minder hapjes ik kan eten, hoe beter.

Mag niet!

Wat mensen ook nog weleens vergeten is dat het een bewuste keuze is om vegetariër te zijn. Geen allergie of geloofsovertuiging. Een ober die over een volle tafel met tien personen roeptoetert: ‘u bent vegetariër, dus deze balletjes mág u niet’, is heel meedenkend natuurlijk. Maar ik bepaal nog altijd zelf wat ik wel en niet mag.

Ik wíl gewoon geen vlees.

Stop maar met mij lastig of zielig vinden. Is nergens voor nodig. Ik beloof dat ik jou niet tot last zal zijn en ik heb er zelf geen verdriet om. Dat hoeft ook niet, want schijnbaar zie ik er nog goed uit ook. 

Ik neem nog even een wortel. Proost.

Kroket