Ik geef al een tijdje leiding aan teams. Wat ik vaak slecht trek is de term: baas. Als iemand me ‘baas’ noemt, zeg ik steevast dat alleen een hond een baas heeft. In mijn werkende leven heb ik echter zelf ook al heel wat ‘bazen’ gekend. En soms voelde ik me niet veel meer dan een hond, maar gelukkig voelde ik me meestal gewoon mens. In deze serie een ode aan alle bazen die ik had en wat ik van ieders stijl (en soms gebrek daaraan) heb geleerd.
DEEL 1: CHAMPAGNE IN HET PASHOK
Veertien jaar was ik toen ik in een grote kledingwinkel begon met werken. Niet op de winkelvloer – dat stond mijn leeftijd destijds niet toe – maar achter de schermen. In het magazijn spendeerde ik mijn zaterdagen met het bevestigen van beveiligingsmateriaal op kledingstukken. De muziek stond hard aan en ik was meestal met één andere collega die net iets meer jaren op de teller had dan ik.

De taak was simpel en overzichtelijk. In de vroege ochtend kwamen de vrachtwagens grote zware kledingrekken brengen. Gedurende de opvolgende uren bevestigden wij de harde plastic knoppen met een pinnetje aan de kledingstukken, voordat ze de winkel in mochten. Routinewerk, hard meezingen met de radio, helemaal prima zou je zeggen.
Zeemeermin
Maar zelfs toen al wilde ik meer. Nooit tevreden… ik had gewoon kunnen blijven labelen. Maargoed, ik ben gewoon chronisch rusteloos. Dus als ik iemand van de winkelvloer sprak, begon ik steevast voorzichtig over mijn ‘ambities’ om vóór de schermen te werken. Tussen de mensen. Op de vloer. Een soort kleine zeemeermin die onder water snakkend zit te verlangen naar het land. Langzaam sijpelde dat signaal door naar de bedrijfsleiding.
Op een mooie zaterdag kwam ‘de baas’ daarom het magazijn binnen met de boodschap dat ik bij de paskamers mocht staan. Gewoon uit het niks. Ik had nog nooit een boeh of bah met die man uitgewisseld en nu ineens stond hij voor me. Groot, imposant en met een opdracht. Stralend en vereerd, nam ik de uitdaging aan. Dit ging me lukken. ‘Hoeveel kledingstukken heeft u? Vier?’ En dan het juiste kaartje meegeven. Laat maar aan mij over hoor. I’ve got this.
Zo gezegd, zo gedaan; stond ik stralend plastic kaarten met een groot nummer uit te delen aan passend publiek.
Uit het pashok mocht ik niet. Daar waren andere mensen voor. Ik was er alleen voor de nummers. Verder niets. Maar ik mocht goedemiddag en goedemorgen zeggen en soms gaf ik (enkel gevraagd) advies. ‘Enorm leuk die rok. Nee joh, maakt helemaal niet breed. Ik zou het doen.’
Winkelfrutselorganizer
De baas mocht me wel, dacht ik. Hij kwam af en toe een bemoedigende opmerking maken tijdens zijn ronde over de vloer. Ik had ondertussen mijn zinnen alweer op een volgende carrièremove gezet. Ik wilde graag de accessoires en sieraden inrichten in de presentatiekasten rondom de pashokjes. Ik deed een goed woordje voor mezelf en kreeg het voor elkaar.
Inmiddels was ik dus van achter de schermen ineens helemaal opgeklommen naar paskamercijferspecialist en winkelfrutselorganizer. Ondanks deze enorme successtory was ik nog steeds veertien en behoorlijk bleu.
En dat deed me de das om.
Alcohol
Want toen rond de feestdagen de winkel naast kleding en allerhande andere frutsels ook ineens champagne begon te verkopen, werd mijn lot bezegeld en mijn glansrijke loopbaan bij deze winkel hardhandig om zeep geholpen. Je ziet het misschien niet aankomen, maar de champagne liep niet zo lekker. Heel vreemd, dat tussen de jurken, de spijkerbroeken en de winterjassen, mensen niet super geneigd waren een fles slechte alcohol mee te nemen voor thuis.
De baas baalde ervan en bedacht een plan. Met veel pijn en moeite sleepte hij een stuk of wat dozen met champagneflessen naar de paskamers en gaf mij de opdracht deze te verkopen aan het passende winkelpubliek. Dat ik pas veertien was, sowieso geen verstand had van een fatsoenlijk verkoopgesprek en bovendien behoorlijk gehinderd werd door de ambiance van de paskamer, mocht de pret niet drukken.
Ik protesteerde licht, maar verloor. Een hond moet gewoon luisteren naar de baas immers.
List
Ik probeerde het twee keer. ‘Leuke jurk mevrouw. Misschien staat hij nog beter met een glas champagne in uw hand’. Natuurlijk zei ik dat niet. Ik heb geen flauw idee wat ik zei. Maar het was sowieso meer dan ongemakkelijk en de opgetrokken wenkbrauwen deden me langzaam verkruimelen van binnen.
Ook ik bedacht daarom een list.
Ik was altijd al best aardig met schrift, dus ik maakte een wervend briefje. ‘Champagne! Je gelooft het niet, maar gewoon bij ons te koop! Bij mij of bij de kassa.Sla uw slag!’ Ik zette een fles op mijn pashokjesbalie, plakte het briefje erop en ging erachter staan, klaar om die hele voorraad te verkopen.
Dat gebeurde niet. Mensen willen geen champagne in een kledingwinkel. Is gewoon zo.
Bijten
Wat er wel gebeurde? De baas was niet gediend van mijn creativiteit. Helemaal niet gediend zelfs. Ten overstaan van een volle winkel en enkele nabije collega’s kreeg ik een uitbrander waar een hond heel erg koest van zou worden. En ik trouwens ook. Het was echt ongehoord.
Ik heb dan ook diezelfde minuut alles laten vallen waar ik mee bezig was en de fiets gepakt naar huis. Compleet overstuur deed ik daar mijn verhaal bij mijn moeder. En dat heeft de baas geweten. Binnen tien minuten zaten mijn moeder en ik samen op de fiets terug naar de winkel. Ze liet me haar meenemen naar zijn kantoor, zei tegen mij ‘wacht maar even hier’, ging naar binnen zonder kloppen en heeft hem even stevig verteld wat ze van hem vond.
Mijn moeder was pas een baas.
Je denkt nu misschien, maar wat is dan de wijze les die je hieruit hebt getrokken? Hoe heeft deze ervaring je geïnspireerd in je leiderschap? Heel simpel eigenlijk: een hond heeft een baas; je dient mensen te behandelen als mensen, niet als honden. Doe je dat wel, dan kun je ervan op aan dat ze bijten. En anders hun moeder wel.
The Boss Part 1 (English version)
I have been leading teams for a while now. What I often strongly dislike is the term: boss. When someone calls me ‘boss’, I invariably say that only a dog has a boss. In my working life, however, I myself have known quite a few ‘bosses’. And sometimes I didn’t feel much more than a dog, but fortunately, I usually just felt human. In this series, an ode to the bosses I have had and what I learned from everyone’s style (and sometimes lack thereof).
PART 1: CHAMPAGNE IN THE FITTING ROOM
I was fourteen when I started working in a large clothing store. Not on the shop floor – my age did not allow that at the time – but behind the scenes. In the warehouse, I spent my Saturdays attaching security tags to items of clothing. The music was loud and I was usually with one other colleague who had a few more years on the clock than me.

The task was simple and straightforward. In the early morning, trucks brought in large, heavy clothing racks. During the subsequent hours, we attached the hard plastic buttons with a pin to the items of clothing before they were allowed into the store. Routine work, singing along loudly to the radio, you’d say it was perfectly fine.
Mermaid
But even then, I wanted more. Never satisfied… I could have just kept labeling. But oh well, I am just chronically restless. So, whenever I spoke to someone from the shop floor, I invariably started cautiously talking about my ‘ambitions’ to work in front of the scenes. Among the people. On the floor. A kind of little mermaid who sits underwater longing for the land. Slowly, that signal filtered through to the management.
One beautiful Saturday, ‘the boss’ therefore entered the warehouse with the message that I was allowed to guard the fitting rooms. Just out of the blue. I had never exchanged a word with that man, and now he was suddenly standing in front of me. Tall, imposing, and with an assignment. Radiant and honored, I accepted the challenge. I was going to manage this. ‘How many items of clothing do you have? Four?’ And then hand over the correct card. Leave it to me. I’ve got this.
No sooner said than done; I stood there beaming, handing out plastic cards with a number to the fitting public.
Trinket organizer
I was not allowed out of the fitting room area. Other people were for that. I was only there for the numbers. Nothing else. But I was allowed to say good afternoon and good morning, and sometimes I gave (only when asked) advice. ‘That skirt is so nice. No, it doesn’t make you look wide at all. I would go for it.’
The boss liked me, I thought. He occasionally made an encouraging remark during his round on the floor. In the meantime, I had already set my sights on a next career move. I wanted to set up the accessories and jewelry in the display cabinets around the fitting rooms. I put in a good word for myself and managed to get it done.
So, by now, I had suddenly climbed all the way from behind the scenes to fitting room number specialist and shop trinket organizer. Despite this enormous success story, I was still fourteen and quite naive.
And that was my undoing.
Alcohol
Because when, around the holidays, the shop suddenly started selling champagne in addition to clothing and all sorts of other trinkets, my fate was sealed, and my brilliant career at this shop was brutally ruined. You might not see it coming, but the champagne wasn’t selling well. Very strange, that between the dresses, the jeans, and the winter coats, people were not super inclined to take home a bottle of bad alcohol.
The boss was annoyed and came up with a plan. With great difficulty, he dragged a few boxes of champagne bottles to the fitting rooms and gave me the assignment to sell them to the shopping public. The fact that I was only fourteen, certainly had no understanding of a decent sales pitch, and moreover was considerably hindered by the ambiance of the fitting room, should not dampen the fun.
I protested slightly but lost. A dog just has to listen to the boss, after all.
Trick
I tried it twice. ‘Nice dress, Madam. Maybe it will look even better with a glass of champagne in your hand’. Of course, I didn’t say that. I have no idea what I said. But it was in any case more than awkward, and the raised eyebrows slowly made me crumble inside.
Therefore, I also came up with a trick.
I was always quite good with writing, so I made a promotional note. ‘Champagne! You won’t believe it, but you can buy it right here! With me or at the cash register. Get yours now!’. I placed a bottle on my fitting room counter, taped the note on it, and stood behind it, ready to sell the entire stock.
That didn’t happen. People don’t want champagne in a clothing store. That’s just the way it is.
Bite
What did happen? The boss was not amused by my creativity. Not amused at all, in fact. In front of a full store and some nearby colleagues, I received a telling-off that would make a dog lie down very quietly. And me too, for that matter. It was truly outrageous.
I therefore dropped everything I was doing that same minute and cycled home. Completely distraught, I told my story to my mother. And the boss was going to hear about it. Within ten minutes, my mother and I were cycling back to the store together. She let me take her to his office, told me ‘just wait here for a moment’, went inside without knocking, and told him what she thought of him.
My mother, she was a real boss.
You might be thinking now, but what is the wise lesson you drew from this? How did this experience inspire you in your leadership? It’s very simple, actually: a dog has a boss; you should treat people like people, not as dogs. If you do, you can count on them to bite. Or otherwise their mother will.











