‘Wat wil jij later worden?’ Die vraag hebben we als kind allemaal gekregen. Het ene kind antwoordt daar conventioneel op: juf, politieman, moeder. Dat soort dingen. Het andere kind is iets uitbundiger in zijn of haar keuze. Zo antwoordde ik na het zien van Jurassic Park steevast ‘paleontoloog’ op deze vraag. Laten we zeggen dat die droom niet helemaal van de grond is gekomen. Maar toekomstdromen zijn zelden realistisch als je klein bent.
Goed in talen
Al vanaf het moment dat je op de middelbare school voor de keuze wordt gesteld of je iets met natuurkunde, economie, taal of kunstzinnigheid wilt doen, begint zich een voorzichtig beeld van de toekomst te vormen. Je bent goed in talen, dus kun je daar je pijlen maar het beste op richten. Dat lijkt realistisch, maar is dat het ook? Wat kun je nu eigenlijk ‘worden’ met een stevige basis in de letteren? Docent, vertaler, journalist dat soort dingen. Is dat een realistisch doel? Waarschijnlijk wel. Je gaat ervoor.
Maar dan ga je studeren, taal en cultuur studies. Ja, dat klinkt heel logisch. Je komt de collegezaal binnen, waar heel veel mensen zitten die vinden dat ze wel goed zijn in iets met talen. Anders zaten ze er niet. Je knikt vriendelijk. Dat zijn een hoop concurrenten voor die docentenfunctie. En als vertaler of journalist aan de bak komen is nog ingewikkelder. Je volgt de colleges, haalt aardige resultaten, gaat met plezier naar je bijbaan, hebt het gezellig op zaterdagnacht en haalt na een jaar of vijf – studievertraging hoort erbij – je diploma. Je bent gespecialiseerd in literatuurwetenschap. Master of Arts mag je jezelf noemen. Gaaf. Je ouders zijn trots.
Andere mogelijkheden
Je werkt een tijdje als journalist, waar je wordt uitgebuit tegen minimumloon. Dus je solliciteert verder. Goede mensen zijn schaars en toch kom je niet aan de bak. Iets met ervaring, sorry hoor. Afwijzing na afwijzing belandt op je deurmat. Je wordt moedeloos en onderzoekt andere mogelijkheden. Traineeships, het leger, eigenlijk alles waar je maar voor betaald wordt. Je komt terecht bij een detacheringsbureau voor jonge professionals. Je voelt jezelf nog niet echt een professional, maar dat schijnt hiervoor ook niet noodzakelijk te zijn. Je stuurt ze een mailtje. Een dag later krijg je al bericht dat je deze week een IQ test mag komen maken. Wow, geen afwijzing. Je trekt je beste outfit aan – zie ik er zo uit als een professional? – en stapt in de trein naar de grote stad waar dit bureau zich bevindt.
Met vlag en wimpel slaag je voor de (tweede… ahum…) test. Je bent slim genoeg; wel lekker die bevestiging. Er volgt een gesprek en nog een gesprek. Het klikt wel met deze mensen. Vinden zij ook, dus je mag er komen werken. Ze detacheren IT-professionals. Je gaat iets met software doen. Je krijgt wat basistrainingen in iets met programmeren en dan kun je er wel tegen. Prima, denk jij, het betaalt en dit zijn gezellige mensen.
Muteren
En zo beland je met je Master of Arts bij een softwarebedrijf. Je leert vanalles over SQL, databases, koppelingen, weboplossingen en implementeren. Je hoort dat het invoeren van een wijziging in een software systeem ‘muteren’ heet. Wat een rare naam. Je denkt aan de Turtles. Je gaat erin mee. Je bent slim genoeg, dus je hebt het snel in de vingers. Voor je het weet implementeer je de ene klant na de andere, met je achtergrond in literatuurwetenschap. To be or not to be, denk je, terwijl je weer een vinkje omzet in de applicatie.
Je wisselt van baan. Ander softwarebedrijf, soortgelijke functie. Je bent weer lekker bezig en dan is er ineens een mogelijkheid op sales. Heb je zin om bij ons te komen werken, vraagt de baas van sales. Waarom niet, denk je. Je stapt over. Er is veel te leren. Presenteren was nooit je hobby, maar ach, wie niet waagt niet wint. Je wordt er beter in. Je leert hoe een goede demonstratie werkt en wat het verkoopvak inhoudt. Zo stap je vanuit je oude comfortzone in een nieuwe comfortzone. Weer wat geleerd.
Ambitie
En nu? Nu niks. Er wordt nog steeds wel eens gevraagd wat je later wilt worden. Je hebt geen idee. Ooit had je een soort van plan, paleontoloog, maar dat is toch niet gelukt. En het lijkt erop dat het vanzelf wel op zijn pootjes terecht komt als je je er niet te druk over maakt. Ambitie is voor watjes, roep je dan maar op die vraag. Zolang je niet hoeft te veranderen is het heerlijk aanmodderen. En als de verandering zich aandient, steek je je hand wel op. Dat lijkt misschien doelloos, maar daar kun jij je niet druk over maken. De toekomst komt vanzelf en jij bent allang blij dat je er deel van mag uitmaken. Trouwens, aspirant paleontologen zijn sowieso niet zo op de toekomst gericht.
Leuk!!!!!
LikeLike