Ze is zo heerlijk zichzelf. Ze danst als ze dansen wil, vertelt over draken en leeuwen terwijl ze het kringgesprek in één lange gespannen adem stillegt en zegt dingen als: ‘ik hoef geen selfie met jou samen. Ik ben toch mooier dan jij.’ Ze speelt met jongens, want ‘die kunnen wél dingen’. Ze ziet eruit als een elfje met haar frêle bouw en witblonde lokken, maar domineert lieflijk chanterend ieder spel, met haar eisenpakket. Ze is zo honderd procent eigen, dat je bijna zeker weet dat er na jaren van overleven in de samenleving en druk op de ketel misschien wel zestig procent overblijft.
Bijplaneten
Ze drijft ons ondertussen tot waanzin. Vanuit het centrum van haar universum zijn wij slechts bijplaneten die nog net een naam mogen dragen en toevallig soms van pas komen. Als ze dorst of honger heeft bijvoorbeeld. Of wanneer zij iets gezegd wil hebben – zelfs al gaat het over een uiterst onbelangrijk detail.
Verder moeten we vooral uit haar licht blijven, maar zorgt zij wel dat de zon in haar bijna de hele dag in onze ogen schijnt. Onophoudelijk haar stralen strooit. Ook als je gewoon even zin hebt in een beetje schaduw.
Bouwvakker
Ze past zich niet aan. Dat maakt opvoeden een ogenschijnlijk onmogelijke taak, maar we zijn volhardend. Uiteindelijk zullen de manieren wel komen. Ze bedankt al netjes als ik iets aangeef en heel af en toe eet ze met bestek. Dat ze nog altijd in haar neus peutert, boert en scheet als een bouwvakker – gevolgd door bijpassend bulderend gelach – en het liefst naakt de wereld betreedt, accepteren we voorlopig maar.
Want ze maakt me zo trots.
Bijschaving
Iemand die zich niet aanpast, bepaalt zelf hoe haar leven eruit ziet. Laat zich niet beïnvloeden door de grote gemene deler. Interesseert zich niet voor achterhaalde gebruiken en gewoontes. En natuurlijk kan het enige bijschaving gebruiken. Een luid boerend, schetend, schreeuwend, neus peuterend, alles overheersend, met de handen etend, narcistisch, ongeleid projectiel kan nu eenmaal niet meedraaien in sociale kringen. Maar de basis is in elk geval sterk.
Ouder-kind-gesprek
Toch enigszins huiverend ging ik vorige week naar het eerste ‘ouder-kind-gesprek’ op school. De traditionele kinderopvangcentra waar ze ooit zat, wisten haar eigenzinnigheid nooit zo te plaatsen (of waarderen), dus ik vreesde voor het oordeel van de juf. Hoorde al termen als ‘druk’, ‘luidruchtig’ en ‘dominant’ door mijn hoofd spoken.
Volkomen onterecht.
Ver
Ze kreeg ‘leiderschapskwaliteiten’, ‘intelligentie’, ‘humor’ en ‘rijke fantasie’ toegedicht. En ja, ze loopt wel eens weg of trekt alle spullen uit de kast (‘ontdekkend’). En ja, ze gaat zonder pardon de confrontatie aan met de juf (‘eigen mening’). En ja, ze windt met gemak de hele klas om haar vinger (‘beetje manipulatief’). Maar over al die dingen wilde de juf eigenlijk maar één ding kwijt: ‘deze gaat het heel ver schoppen als ze volwassen is. Alleen de puberteit nog even overleven.’
Offer
En dus ben ik trots op mijn powervrouw van één meter. Mijn hoogblonde, slimme stuiterbal met leiderschapskwaliteiten en innemende blauwe ogen. En bij iedere druppel bloed die ze onder mijn nagels vandaan haalt, denk ik vanaf nu alleen nog maar: ‘mijn offer aan jouw stralende toekomst.’
Of tenminste, dat neem ik me voor dan.