Pinnen voor een tasje

359_1

Met hun postuur nog te klein voor een man en te groot voor een jongen, staan ze giechelend achter me in de rij. ‘Dit heb ik nog nooit meegemaakt’, hinnikt één van de twee duidelijk vermaakt. Hij houdt een paar blikjes red bull, een zak naturel chips, een pak stroopwafels en een reep chocolade in zijn armen geklemd. ‘Pinnen voor een tasje’.

De ander bescheurt het van het lachen. Hij met de chips heeft precies genoeg geld op zak om de boodschappen te betalen, maar blijkbaar hebben ze een tasje nodig. En dat zit nét niet in het contante budget. De ander is de trotse eigenaar van een pinpas en niet bang deze te gebruiken. Hij zal dat tasje wel even pinnen.

Ze zijn overdonderd door hun hilarische lot; beschrijven deze bijzondere gebeurtenis die binnen enkele minuten de geschiedenis in zal gaan nog tien maal. Iedere keer schaterlachend. Met stomheid geslagen dat hun leven zo hysterisch grappig kan zijn; zo’n onverwachte, komische wending kan nemen. Gewoon op donderdag.

Ik sta achter een vrouw die geen idee heeft dat je tijdens het scannen van je boodschappen al kan beginnen met inpakken. Ze kijkt nauwgezet toe hoe de caissière één voor één de ingrediënten voor haar aanstaande avondmalen over het lampje trekt. ‘Piep’, appelmoes, ‘piep’, knakworsten, ‘piep’, rode wijn. Al die treurnis moet toch ergens in verdronken worden, immers.

En achter mij steeds luider: ‘Hahaha, pinnen voor een tasje. Ongelooflijk!’

De caissière is verzonken in gedachten. Ik zie haar glimlachen. Misschien heeft ze net een nieuwe vlam; een leuke date achter de rug. Misschien is ze bijna vrij.

‘Piep’, rijstwafels.

Ik ben eindelijk aan de beurt. Ik kan niks inpakken, want die mevrouw is pas net begonnen. Ik schuifel licht ongemakkelijk rond voor de kassa. De caissière scant haar bonuskaart, omdat die van mij thuis is achtergebleven. En ze is de beroerdste niet. Je kunt zien dat ze vindt dat ze een goede daad verricht. Het scheelt 68 cent.

Ik kan pas inpakken als alles goed en wel betaald is en dus ben ik deelgenoot van het historische moment, waarop er wordt gepind voor een tasje.

‘Piep’, zegt de kassa. ‘Tien cent, alsjeblieft’, zegt het dromerige meisje. De jongen met de pinpas plast bijna in zijn broek en giert dan bijna onverstaanbaar uit: ‘Ik wil graag pinnen!’

Zij drukt op een knopje. Vertrekt geen spier. Het interesseert haar geen moer. De grijns rondom zijn lippen smelt van zijn gezicht af en hij pint. Tien cent. Een schamele prijs voor zoveel voorpret gevolgd door de teleurstelling van de eeuw.

Als ik mijn spullen in de auto leg, hoor ik ze nog achter me langs fietsen; de pinpascabaretiers. ‘Hahaha, de volgende keer nemen we gewoon een tasje mee hoor.’

Pinnen voor een tasje

Plaats een reactie