Wedstrijdzwemmen voor beginners

Het draadje van de beamer is te kort, dus op het scherm staat in ongebruikelijk perspectief geprojecteerd: ‘Welkom op de voorlichtingsavond van de zwemschool’. Ouders druppelen binnen en nemen vooral niet plaats op de eerste rij. De tafel met heel veel koffie en thee blijft onaangeroerd staan voorin de zaal. De luxaflex weert het hinderlijk lage zonnetje recht in de ogen van enkele aanwezigen nét niet. Eén moeder heeft haar kind meegenomen naar de voorlichting en kijkt ongemakkelijk om zich heen. Dit is het speelveld.

We zijn met een man of dertig. De heel erg overdreven vrolijke zwemjuf, die ‘eigenlijk meer van de administratie is’ en waarvan alle aanwezigen zich afvragen of dat een zwangerschapsbuikje is, steekt van wal: “zoals jullie weten is Nederland een waterrijk land.” Ik leun wat verder achterover, terwijl ik word overtuigd van het feit dat het zwemdiploma – waarvoor ik ons kind dus al heb ingeschreven, compleet met handtekening onder automatische incasso – echt onmisbaar is.

Die andere standaard
We zijn nog geen tien minuten onderweg en de ik-weet-alles-beter-vader in de zaal wordt geactiveerd door het feit dat de zwemschool de nationale standaard rondom de ABC diploma’s hanteert. De irritante-vragen-vader vraagt zich af hoe de zwemschool tegenover één of andere nieuwe standaard methode staat waarin kinderen alles binnen een jaar halen. Of iets dergelijks. De wijsneus-papa heeft daar waarschijnlijk iets over gelezen in het Parool en weet de klepel niet meer helemaal te hangen.

Wat blijkt nou, de zwemjuffen zijn nog diezelfde dag op bijscholingscursus geweest en weten veel meer dan de irrelevante-vragen-ouder. Ze zetten hem verbaal hardhandig op zijn plek, hetzij enigszins langdradig.

1-0 voor de zwemjuffen.

It’s all fun and games
Het verhaal kabbelt voort naar ‘leerfactoren’ en ‘succesfactoren’ en ‘onderwijsmethodes’. En dat plezier zo ‘hoog in het vaandel staat’ passeert ook een keer of tien de revue. De gemiddelde lestijd voor diploma A is twaalf maanden, wordt dan ineens nonchalant genoemd. De hele zaal begint te schuifelen op zijn of haar stoel. Tot zover het plezier voor de ouders.

Alsof het een feestje is om wekelijks drie kwartier in de ‘horeca-ruimte’ door te brengen gedurende gemiddeld twaalf maanden van je leven (per kind), neemt overenthousiaste zwemjuf aan dat je kind ‘uiteraard doorgaat voor B en daarna C’. Samen nog eens een klein jaar ‘horeca-ruimte’. Vanuit de zaal lachen we massaal beleefd de blije zwemjuf toe, terwijl we denken: ‘wat is er eigenlijk mis met alleen A?’

Pech met Pinksteren
Als het verhaal vervolgens richting ziekmeldingen, inhaallessen en roostering vaart, ontwaakt er ook nog een ik-zit-nogal-op-mijn-centen-vader. ‘Dus als onze lesdag toevallig een feestdag is, dan krijgen we geen inhaalles of geld terug. Wij hebben toevallig de maandag en dan heb je dus altijd pech met Pasen en Pinksteren.’

De zwemjuf begint nu oprecht verdrietig te kijken en zegt dat dit ‘nu inderdaad nog het geval is’. Ze wordt bijgestaan door een zwemjuf achterin de zaal die zegt dat Pasen net voorbij is en als het kind een beetje door zwemt, hij vermoedelijk zijn diploma al heeft voor Pasen 2018.

2-0 voor de zwemjuffen.

Koppie onder
Een mooie score voor de zwemjuffen, vind ik zelf. Maar er is nog iemand die ze in het vaarwater wil zitten. Een moeder schraapt haar keel. ‘Kan ik al ergens zien welke zwemdocent mijn kind krijgt?’. Ik kijk vol ongeloof om. Hoezo? Ken je ze persoonlijk, ofzo? En zo ja, regel dat dat even met die ene die je persoonlijk kent. En zo nee, wat maakt het uit? Ik heb net gehoord dat ze allemaal dezelfde methodes en lesprogramma’s hanteren. Of staat je het hoofd van die ene niet aan ofzo? In gedachten duw ik dram-mama koppie onder in het diepe bad. Ik wil gewoon naar huis. De juffen geven niks prijs. ‘U hoort het op de eerste zwemles. We zijn er nog mee bezig.’

Een verdiende 3-0.

Op naar de horeca-ruimte.

Wedstrijdzwemmen voor beginners

Plaats een reactie