Kroket

Terwijl zij zich stuk voor stuk voorzien van een wit bolletje en een kroket, krijg ik de opvallende opmerking: ‘voor een vegetariër zie je er best goed uit.’

Je denkt misschien: dat is niet gebeurd. Maar dat is écht gebeurd. Vergis je niet, ik vind het sowieso leuk om te horen dat ik er goed uit zie. Totaal geen moeite mee. Maar laat het dan wel duidelijk zijn dat zoiets vermoedelijk ook een causaal verband heeft met het feit dat ik niet lunch met kroketten. En op zich dus los staat van het feit dat ik geen vlees eet.

Dode beesten

Toen ik laatst bij een barbecue aangaf dat ik geen vlees of vis eet, vroeg iemand me ‘hoe lang ik daar al last van had’. Jongens… ik vermaak me uitstekend met vleesvervangers of groente op de barbecue! En eigenlijk is barbecueën sowieso niet echt mijn hobby. Maar als het zich dan toch voordoet, heb ik weinig last van het gebrek aan dode beesten op mijn bord. Die laat ik met liefde over voor de rest.

Toen ik in de sportschool een speciaal programma volgde om af te vallen, kreeg ik daar een menu bij. Dat bestond voor tachtig procent uit vleesgerechten. Toen ik vroeg of er misschien ook een vegetarische variant was, kreeg ik de vraag of ik ook geen eieren en kwark at. Nadat ik had uitgelegd dat eieren en ook kwark weliswaar soort van uit een dier komen, maar geen dier zijn, kreeg ik het advies om de vleesgerechten te vervangen door eieren en kwark. Is ook echt gebeurd. Geen grapje.

Staart

Dat mensen me een beetje raar vinden, daar kan ik goed mee leven. Dat mensen zich niet kunnen voorstellen dat je kunt overleven zonder vlees, dat vind ik ook echt prima. Ook grappig is namelijk de groep mensen die zijn vleesconsumptie probeert goed te praten of te minimaliseren. ‘Ja, ik eet ook echt amper vlees. Twee of drie keer per week. Knap dat je dit kan. Ik zou het niet kunnen. Ik zou het wel willen.’

Boeit mij dus echt niks. Al zou jij iedere week een heel varken verslinden, dan moet je dat lekker zelf weten. Echt, ik gun jou je gehaktbal of je biefstuk. Als daar je staart van gaat kwispelen, ben ik echt de laatste die er wat van zal zeggen.

Maar laat me lekker. Dat er op een menukaart in het restaurant maar twee keuzes staan, vind ik zalig. Ik heb een bloedhekel aan kiezen. Twee opties is precies genoeg voor een stressvrij kiesproces. Ik ben dus niet zielig en je hoeft nergens rekening mee te houden als je hapjes op tafel zet. Sterker nog: hoe minder hapjes ik kan eten, hoe beter.

Mag niet!

Wat mensen ook nog weleens vergeten is dat het een bewuste keuze is om vegetariër te zijn. Geen allergie of geloofsovertuiging. Een ober die over een volle tafel met tien personen roeptoetert: ‘u bent vegetariër, dus deze balletjes mág u niet’, is heel meedenkend natuurlijk. Maar ik bepaal nog altijd zelf wat ik wel en niet mag.

Ik wíl gewoon geen vlees.

Stop maar met mij lastig of zielig vinden. Is nergens voor nodig. Ik beloof dat ik jou niet tot last zal zijn en ik heb er zelf geen verdriet om. Dat hoeft ook niet, want schijnbaar zie ik er nog goed uit ook. 

Ik neem nog even een wortel. Proost.

Kroket

Plaats een reactie