We organiseerden een themadag voor onze klanten uit de zorgsector. We hadden dus ook een thema bedacht: zelfsturende teams. Gaandeweg leerde ik dat we het tegenwoordig ‘zelforganiserende’ teams moeten noemen. Het plan was een open discussie, waarin iedereen zijn of haar mening over zelforganiseren kwijt kon. Sommige deelnemers deden er al aan. Anderen keken afwachtend – misschien zelfs argwanend – toe vanaf de zijlijn, hoe zij die er al aan deden worstelden met allerlei zelfsturende issues. “De productiviteit van de teams loopt wel terug, doordat ze allerlei zaken zelf moeten regelen.” Dat soort details bijvoorbeeld.
Groepjes
Er kwamen predikers, er kwamen afwachtenden en er kwamen teleurgestelden. Er was ook een specialist van een extern bureau. Zij verkondigde het voordeel van iedereen erbij betrekken, vaste rollen binnen alle teams, niet te grote groepjes, duidelijke afspraken en controleren of niemand zich benadeeld voelt bij de gemaakte afspraken. Dingen die het op de middelbare school ook goed doen als er gezamenlijke werkjes ingeleverd moeten worden. U weet wel: ‘jij schrijft’, ‘jij onderzoekt dit en dat onderwerp’, ‘jij maakt de powerpoint’, ‘jij doet de presentatie’, ‘vindt iedereen dat oké?’. Ook nog toegepast op de universiteit als ik het mij goed herinner.
Even wennen
Dat zou het zelforganiserende team dus als de gesmeerde donder moeten laten lopen. Oh, maar wacht even, zei ze nou net dat het wel drie tot vijf jaar kan duren voordat een team echt helemaal gewend is aan deze situatie? Dat je het rustig moet opbouwen en gefaseerd verantwoordelijkheden in het team moet leggen? Dat is wel een tegenvaller natuurlijk. Een aantal van onze klanten had namelijk vrij rigoureus een complete managementlaag uit het personeelsbestand gesneden. Die was dan nog wel handig geweest als coach of iets dergelijks. Oeps.
Drie tot vijf jaar wennen. Persoonlijk vind ik het vrij lang. Zeker gezien de hoeveelheid wisselingen van personeel die je vermoedelijk hebt in dit tijdsbestek. Wennen mensen dan ooit wel echt? Bovendien, over vijf jaar ziet dit hele idee van zelforganiseren er natuurlijk weer heel anders uit; wie weet hoe we het dan moeten noemen ook. Dan is het maar de vraag of dat komt doordat mensen stiekem gewoon niet konden wennen aan het oorspronkelijke idee, of dat er weer een nieuwe theorie is ontwikkeld op basis van nieuwe inzichten. En wie zegt dat we daar niet weer drie tot vijf jaar aan moeten wennen.
Blije cliënt
Goed, goed, ik ben een beetje cynisch. Ook niet helemaal eerlijk. Er steekt namelijk een nobel streven achter het zelforganiseren, waar ik echt geen kwaad over durf te spreken: blije cliënten. “Het doel is minder verschillende verzorgers bij de cliënten langs te sturen. Dat zorgt voor meer transparantie en kortere lijnen. Onderzoeken onder onze cliënten wijzen uit dat men inderdaad tevredener is sinds we met zelforganiserende teams werken”, aldus een enthousiaste vertegenwoordigster van een zorgorganisatie waar zelfsturende theorie al een tijdje zelforganiserende werkelijkheid is. “We zijn nu bezig om ook onze stafafdelingen zelforganiserend te maken. Zo ver gaan we gewoon.”
Dunne portemonnee
Schoorvoetend wordt er door enkele andere praktiserende zelforganiseerders toegegeven dat geld natuurlijk ook een rol speelt. “Maar het levert voorlopig nog weinig op. Op overhead besparen we kosten, maar zo’n project – want dat is het – kost een hoop geld. En de productie van de zorgmedewerkers is ook lager nu ze meer en andere verantwoordelijkheden erbij krijgen.” Overgangstrajecten naar een compleet andere manier van werken kosten geld. Logisch ook. Maar uiteindelijk zou dat tij natuurlijk moeten keren en kosten moeten besparen. Ooit.
Maar als de portemonnee er niet op enigszins korte termijn beter van wordt – er op dit moment misschien zelfs beroerder aan toe is – wat is dan de overlevingskans van deze nieuwe methode? Zeker nu bezuinigingen in de zorg aan de orde van de dag zijn. Want, of we dat nou leuk vinden of niet, er moet natuurlijk wel geld verdiend worden en het liefst meer dan we uitgeven als organisatie. De blije cliënt als streven is prachtig. Het is ook waar dat blije cliënten zorgen voor meer blije cliënten, want mond-tot-mond reclame is een krachtig wapen. De vraag is of dit de gaten kan dichten.
Menselijke aard
En ik ben geen kenner van organisaties en al helemaal niet van strategische beleidsvorming, maar de menselijke aard is mij niet vreemd. Ik heb er immers zelf één. Met dat in het achterhoofd vrees ik voor de toekomst van zelforganiseren. Ik stel mij de gedachtengang van een bestuurder (of Raad van…) ongeveer zo voor:
‘Het kost ons best wel veel geld op dit moment en het kan wel vijf jaar duren voordat het beter wordt? Wat kunnen we doen om onze uitstekend uitgedachte strategie zo aan te passen dat het me minder geld kost? Misschien kunnen we weer wat dingen centraal gaan leggen. HRM-gerelateerde zaken, ofzo? Ja, daar hebben ze echt geen kaas van gegeten in de teams en het interesseert ze ook niet echt. Kunnen ze weer lekker productieve uren maken. Uhm, oh ja, ik had op HR ook vijftig procent bezuinigd. Nou ja, we kijken wel even hoe het gaat. Dat loopt vast wel los.’
Cynisch? Mwah. Dit gebeurt al in de werkelijkheid. Met worstelingen, matige mogelijkheden tot ondersteuning van het personeel en frustraties alom tot gevolg. Of dat nu zo goed is voor de klantbeleving valt natuurlijk te betwisten.
Anders
Ook de succesverhalen waren doorspekt met saga’s over strubbelingen en ‘ja daar zijn we nu over in discussie’-achtige opmerkingen. Het valt in elk geval niet mee. En HRM staat in het midden van al deze veranderingen. De een noemt het een uitdaging, de ander ‘gelooft er niet in’ en dan zijn er natuurlijk nog de realisten. De mensen die met een zekere gelatenheid de werkelijkheid af en toe even op scherp zetten met opmerkingen als: “ach ja, ik weet niet of het efficiënter of kostenbesparend is. Het is gewoon anders eigenlijk.”





Ik heb zojuist mijn kerstpakket(je) ontvangen. Dat is toch ieder jaar weer zo’n vol-verwachting-klopt-ons-hart-momentje. Het is maar een klein doosje, dus mijn angsten voor ingeblikt fruit en oneindig houdbare ragout verdwijnen al gauw. Een kerstkaart en een driehoekig doosje komen uit de verpakking tevoorschijn. Op de kaart staat iets over inzet en een aantal dankbetuigingen van een CEO die ik persoonlijk nog nooit de hand heb geschud. Het doosje laat nog wat te raden over. Er staat ‘Loop’ op.
Gisteren heb ik mezelf getrakteerd op een Woman only parkeerplaats. Of nou ja, ik kreeg de gelegenheid en heb er gretig gebruik van gemaakt. De Woman Only parkeerplaats lag lekker dicht bij de ingang van het gebouw waar ik naar binnen wilde gaan. Mijn collega’s (allebei niet categorie ‘woman only’) moesten iets verder lopen voor dezelfde ingang. Ik moest er eigenlijk wel een beetje om gniffelen.