
Kijk, misschien trek ik dit soort berichtgeving aan hoor, maar er is mij de laatste tijd iets opgevallen. In de meeste dingen die ik lees, zie of hoor is de onderliggende boodschap gelijk. De onderwerpen kunnen nog zo verschillend zijn, van opvoedkundig advies tot ‘tips voor kerstdiners’, altijd verneem ik hetzelfde – overigens goedbedoelde – motto: ‘Maak het niet te moeilijk voor jezelf. Het geeft niet.’
Billen bloot
Ik ken legio mensen die zich veel te druk maken over alles dat moet, zal en vooral hóórt. Bij tijd en wijle ontspring ik deze dans ook niet, helaas. Maar moeten we dat nou zo breed uitmeten naar elkaar toe? Waar komt deze schaamteloze, met de billen bloot-achtige houding vandaan? En dan die hangende pootjes erbij. Bah.
Blues
Ik weet het antwoord op deze vraag, denk ik. Onvolkomenheden dragen in stilte is niks aan. Maar als je het met de wereld kunt delen krijg je medeleven en begrip. ‘Geeft niet joh, jij bent ook maar een mens.’ En meelij wekken is lekker. Aandacht is heerlijk. Gewoon een beetje rond woelen in die blues met spotlights is onbetaalbaar.
Op zijn tijd.
Maar het lijkt wel of we met zijn allen zijn beland in een staat van permanente openbare blues. Waar het vroeger cool was om je ellende bij je te houden, worden we nu uitgedaagd door de (sociale) media om in het licht te stappen met onze misère en frivool de handdoek in de ring te gooien. ‘Heb jij ook zo’n stress met de feestdagen? Laat die kalkoen toch liggen bij de slager en bestel pizza!’
Pizza
‘Jaaaaaaaaa’, denkt ploeterend Nederland, ‘pizza! Dat willen wij. Wij kunnen helemaal niet koken, wereld. Wij bakken er ieder jaar letterlijk niks van, wereld. Wij zijn het beu. We willen pizza!’ Et voilá, een complete bevolking die pizza bestelt met de kerstdagen, onder het motto ‘waarom moeilijk doen als het makkelijk kan’. Mooi is dat.
Volkssport
Kijk, een beetje begrip en medeleven voor hen die door het leven zwoegen is heus op zijn plaats, maar doe dat lekker tijdens een verjaardag, ofzo. Ik heb niet het gevoel dat we van genoegzaam zwelgen volkssport nummer één moeten maken. Het wordt hoog tijd voor ‘schouders eronder’ en ‘niet lullen, maar poetsen’.
Anders kijken we straks enkel tegen opgebrande, uitgebluste lotgenoten aan. Terwijl we elkaar geruststellend toeknikken en -fluisteren: ‘Dat hebben we allemaal wel eens. Niemand is perfect. Je moet het niet te moeilijk maken voor jezelf. Je moet ook zoveel. Als je het maar hebt geprobeerd. Het leven is te kort om er niet van te genieten. Laat het los. Je bent een mooi mens.’
‘Het geeft niets.’
Kans
Ik ben hier om u te vertellen: het geeft wel, verdorie! Grijp je kans en laat je op het nippertje van 2016 nog van je meest perfecte kant zien. Dit jaar bak jij zelf de oliebollen! Met authentiek bierbeslag. Die van de Albert Heijn zijn toch niet te vreten. En als ze dan toch mislukken, omdat je een type bent dat pizza heeft besteld met kerst: het geeft wél. Wees streng voor jezelf.
Volgend jaar probeer je het gewoon nog een keer.

Ik sta in de file. Buiten is het koud, miezerig en er staat vrij veel wind. Ik kruip over de A1 in mijn grijze auto. Eerder deze week reed ik vrolijk 130 op dit stukje snelweg en stond er een prachtige regenboog te schitteren in de weilanden naast mij, terwijl mijn zilveren bolide fonkelde in het zonlicht. Nu is er niks dan kruipende grijze muizen auto’s met klapperende ruitenwissers, in het halfduister.

Ze is zo heerlijk zichzelf. Ze danst als ze dansen wil, vertelt over draken en leeuwen terwijl ze het kringgesprek in één lange gespannen adem stillegt en zegt dingen als: ‘ik hoef geen selfie met jou samen. Ik ben toch mooier dan jij.’ Ze speelt met jongens, want ‘die kunnen wél dingen’. Ze ziet eruit als een elfje met haar frêle bouw en witblonde lokken, maar domineert lieflijk chanterend ieder spel, met haar eisenpakket. Ze is zo honderd procent eigen, dat je bijna zeker weet dat er na jaren van overleven in de samenleving en druk op de ketel misschien wel zestig procent overblijft.
Nou ja, zeg. Zo word je nooit eens ergens voor uitgenodigd en zo ben je ineens dé vergadertijger van het gebouw. Dit overkwam mij een maand geleden toen ik een nieuwe functie kreeg. Ik hobbel van ‘meeting’ – dan klinkt het extra belangrijk – naar overleg. Echt tijd om te werken houd ik niet over, want de rest van de dag ben ik mails aan het beantwoorden. Ik zie er echt ontzettend druk, druk en nog eens druk uit.