Ode aan de zondebok

big-BEnl0411_9Ik zit in de trein met mijn oom en praten wat over het werk. “Wij hebben nu allemaal een flexplek”, vertelt hij met twinkelende ogen. Ik verwijs naar mijn blog over veranderingen en de ‘vaste flexplek’. Hij grijnst bevestigend; die heeft hij gelezen. En inderdaad, hij heeft een vaste flexplek. Een en dezelfde collega schuift in de regel aan bij het aangrenzende bureau. Nog zo iemand met een vaste flexplek. “Ik weet niet of mensen niet bij mij willen zitten of bij hem, maar ik mag hem wel”, zegt mijn oom. Hij vertelt over zijn collega die iedereen formeel goedemorgen, goedemiddag en goedenavond wenst bij het passeren van zijn ‘flexplek’. En als er niet geantwoord wordt, uit hij een hooghartig ‘nou, dan niet’. “Dat vinden sommige mensen behoorlijk irritant”, grinnikt mijn oom, “maar ik lach me kapot.”

Dwangneuroses
Collega’s, je hebt het er maar mee te doen. Er kunnen vreemde snuiters bij zitten. Zo werkte ik ooit met iemand die heel onsmakelijk omging met zijn lunch en niet zelden heb ik mensen ontmoet die dwangmatig snuffen met hun neus, tikken met hun voet of klikken met een pen. En als je er eenmaal op let… Een vriend vertelde over een collega die bij het opgaan van de trap, op de derde trede altijd iets wat het midden houdt tussen een kuch en een grom ten gehore bracht. Zelf was het hem nog niet opgevallen, maar iemand anders wees hem erop. En sinds die tijd hoort hij niets anders dan die kuch. Hij kucht zelfs mee.

Het team
Toch moet je ermee samenwerken. Dan valt ritmisch klikken met een pen of bijvoorbeeld veel te hard telefoneren nog wel mee, maar er zijn gevallen waarin jij en je collega elkaars bloed wel kunnen drinken. Dan maakt fatsoenlijk communiceren en samenwerken vaak behoorlijk complex. Een vriendin vertelde over een collega die in alle clubjes van het werk zit: de PV, de feestcommissie, de OR, BHV; alles. Aan echt werken komt ze niet meer toe. Ten nadele van haar collega’s, die al haar werkzaamheden moeten overnemen.

Wat gebeurt er dan? Er wordt gepraat. Alle andere collega’s op de afdeling – of binnen het hele bedrijf als de persoon in kwestie pech heeft – vormen een gezamenlijke mening over deze ene persoon. En als de collega in kwestie de kamer verlaat, beginnen de tongen al snel te ratelen. “Gaat ze nou alweer naar de WC?” “Misschien gaat ze wel naar Johan op de verkoop. Ik weet niet hoor, tussen haar en Johan, maar volgens mij speelt daar meer…” “Nou ja, ondertussen zal ik dat ene klusje dan maar weer voor haar doen.” “Toen ik net langs haar bureau liep, klikte ze gauw alle vensters dicht. Ik vind het verdacht.”

Zondebok
Het team heeft een gezamenlijke zondebok. En niets is beter voor het teamgevoel dan een gezamenlijke zondebok. Ik werk sinds mijn 16e en overal waar ik heb gewerkt hadden we er één. Gelukkig was ik het nooit zelf overigens. Soms is het de baas, of het hulpje van de baas, maar meestal is het gewoon iemand waarvan iedereen vindt dat hij zijn werk niet goed doet. Opmerkingen als ‘niet dat ik het beter zou kunnen hoor, maar wat hij nu weer heeft gedaan’ vliegen dan achteloos in het rond. En meestal is iedereen het er roerend mee eens, want dat is goed voor het wij-gevoel.

Wat ik ook heb gezien is dat bij het wegvallen van de oorspronkelijke zondebok – die na alle pesterij heeft besloten zijn heil elders te zoeken bijvoorbeeld – er als vanzelf een nieuwe zondebok wordt gekozen. Een uniekere, maar ook op ervaring gestoelde situatie, bestaat als een originele zondebok door het team wordt vervangen door een nieuwe zondebok. Meestal omdat het nieuwste zwarte schaap nog slechter functioneert dan zijn voorganger; aldus het team.

Ouderwets pesten
Waar het natuurlijk op neer komt is ouderwets pesten. Dat komt vaak voort uit een onzekerheid van de pestkop(pen). Als degene die gepest wordt minder is dan ik, dan zal ik wel geweldig zijn. Mensen hebben van nature de neiging zichzelf geweldig te willen vinden. Dat noemen we zelfvertrouwen en dat vindt iedereen volkomen normaal. Een gezamenlijke zondebok heeft dan vervolgens het resultaat dat niet één persoon zich beter voelt, maar een hele groep het eigen kunnen en presteren hoger acht dan dat van de onfortuinlijke collega. Al dat zelfvertrouwen en het groepsgevoel heeft dan weer zijn uitwerkingen op het functioneren van de pestkoppen. Die staan namelijk een stuk zekerder in hun schoenen en leveren vermoedelijk dus beter werk af. ‘Kijk eens wat ik kan en hij niet?!’

Moet dat nou zo?
Je kunt je natuurlijk afvragen of dat nou zo moet? Op zich niet natuurlijk. Er zijn wel honderd andere methoden waarop een team goed kan samenwerken en mensen zelfvertrouwen kunnen krijgen. Ik zou het aanwijzen van een gezamenlijke zondebok ook niet willen verdedigen. Feit blijft echter dat ik nog nooit ergens heb gewerkt waar geen zwart schaap rondliep. Het lijkt onvermijdelijk.

Daarom bij deze een ode aan de gezamenlijke zondebok. Lieve zondebok, bedankt dat je een beetje vreemd bent of dat je misschien net te weinig je best doet op het werk. Bedankt dat je altijd in staat bent mensen te blijven verbazen. Bedankt dat je die dikke plaat voor je hoofd houdt als er weer iemand een sneer naar je maakt. Bedankt dat je koppig en volhardend met een glimlach op kantoor blijft verschijnen. Bedankt. Dankzij jou lopen alle collega’s een stukje harder en hebben ze iets om samen over te lachen, te huilen en te klagen. Beste zondebok, zonder jou zou het hele bedrijf een stuk minder goed presteren. Je bent een topper.

Ode aan de zondebok

2 gedachtes over “Ode aan de zondebok

Geef een reactie op Kroon! Reactie annuleren