Klanten in de nee-fase

tantrumDe afgelopen weken uit mijn leven bestaan uit nogal veel ‘nee’ om mij heen. En dan niet gewoon ‘nee’, maar nee met vechtlust. Een nee om verdedigd te worden. Als moeder van twee kinderen in de leeftijden twee en drie ben ik redelijk gewend aan ‘nee’. Eigenlijk maakt de vraag niet uit; het antwoord is nee. Echter, als volwassenen zich gaan gedragen als mijn kinderen, ben ik toch van mijn stuk gebracht. Die kan ik natuurlijk niet naar hun kamer sturen of belonen met chocolade als ze wél doen wat ik wil.

Sport
Voorbeeldje doen? Leuk toch? Stel je voor, je staat je product te presenteren aan een groep mensen van een vrij grote organisatie. De meeste mensen hebben wel zin in je presentatie of houden zich op de vlakte, maar twee mensen zijn vastberaden ieder minpuntje van je product boven water te halen. Als een soort van sport, waarbij met voorbedachten rade steken onder water worden gegeven.

Spierballen
Dat alles om hun enorme gevoel van ‘nee’ te etaleren. Nee, nee, nee, ik wil het niet. Ik wil jouw product niet. Ik wil het eigenlijk niet eens proberen leuk te vinden. Ik wil alleen maar benadrukken wat ik er stom aan vind. Redelijk vergelijkbaar met mijn dochter als ze iets, wat er in haar ogen apart uitziet (lees: anders dan ze gewend is), niet wil eten. En het dus ook niet wil proberen. Ook niet als ik zeg dat het echt lekker, gezond, goed voor haar spierballen en dat soort dingen is.

Opgetrokken wenkbrauwen
Dit was dus niet de enige presentatie waar ik op nogal wat (on)gezonde weerstand stuitte. Een ander geval speelde zich af in een setting waarbij een aantal mensen het liefst met ‘nee’ op het voorhoofd getatoeëerd in de zaal hadden willen plaatsnemen. Zonder te glimlachen, een hand te schudden of ook maar enige aandacht aan mijn collega en mij te schenken namen ze plaats. Armen over elkaar, uitgestreken blik, opgetrokken wenkbrauwen naar het projectorscherm. Ze hadden er zin in, zeg maar.

Gewend
Ik begin te vertellen. Ik ben twee zinnen in mijn verhaal. ‘Mag ik iets vragen’, zegt een dame; de enige dame, op mij na. Natuurlijk mag dat, antwoord ik. Een relaas van deze strekking maar in andere woorden verlaat haar lippen: ‘ja, dit gaat bij ons dus helemaal niet werken. Wij zijn echt heel anders dan andere organisaties. Wij doen het nu zus en zo en dat gaat heel goed en als we het op jouw manier gaan doen dan gaat dat niet meer goed. En dan moet ik misschien wel twee systemen tegelijk open hebben. Ja, nee, meestal niet, maar soms wel en dat wil ik gewoon niet. Ik moet nu dan wel dingen twee keer invoeren. Dat vind ik eigenlijk heel stom, maar toch wil ik jouw verhaal eigenlijk niet aanhoren. Want ik ben het gewoon zo gewend als het nu is.’

Verkopen
Een echte vraag kon ik uit het verhaal niet opmaken. Ik heb uit alle macht geprobeerd uit te leggen dat het met mijn oplossing echt beter zou worden en bovendien makkelijker en sneller. Ik ben maar niet over haar spierballen begonnen… De opmerking waar ik op mocht rekenen? ‘Ja, ik begrijp dat jij dat zegt, want jij wilt dat product natuurlijk verkopen.’ Zucht, dan niet. Ga naar je kamer. Oh nee, wacht.

Ogen dicht
Zo had ik er nog twee of drie. Mensen die een kwartier over de nadelen van het declareren van overuren mopperen om vervolgens te constateren dat ze die eigenlijk nooit declareren. Of mensen die de hele presentatie ingaan met een gevoel van nee, omdat ze vooraf verkeerde informatie hebben ingewonnen. Om nog maar te zwijgen over mensen die eigenlijk liever op vakantie, naar bed, in bad of weet ik veel willen. Die letterlijk met hun ogen dicht mijn presentatie bijwonen.

‘Nee!’
Al met al een wat negatieve bedoening. Zeker als je je bedenkt dat mijn dag begint met:

– ‘Hallo lieverd, ben je wakker?’
– ‘Nee!’.
– ‘Uhm, oke, heb je lekker geslapen?’
– ‘Nee!’
– ‘Ga je mee uit bed?’
– ‘Nee!’
– ‘Zullen we even aankleden?’
– ‘Nee!’
– ‘Eet je je broodje even op?’
– ‘Nee!’
– ‘Nou, werk je even mee? Mama moet zo werken.’
– ‘Nee!’

Nou ja. Dat kunnen die klanten ook niet weten natuurlijk.

Klanten in de nee-fase

Plaats een reactie