Wedstrijdzwemmen voor beginners

Het draadje van de beamer is te kort, dus op het scherm staat in ongebruikelijk perspectief geprojecteerd: ‘Welkom op de voorlichtingsavond van de zwemschool’. Ouders druppelen binnen en nemen vooral niet plaats op de eerste rij. De tafel met heel veel koffie en thee blijft onaangeroerd staan voorin de zaal. De luxaflex weert het hinderlijk lage zonnetje recht in de ogen van enkele aanwezigen nét niet. Eén moeder heeft haar kind meegenomen naar de voorlichting en kijkt ongemakkelijk om zich heen. Dit is het speelveld.

We zijn met een man of dertig. De heel erg overdreven vrolijke zwemjuf, die ‘eigenlijk meer van de administratie is’ en waarvan alle aanwezigen zich afvragen of dat een zwangerschapsbuikje is, steekt van wal: “zoals jullie weten is Nederland een waterrijk land.” Ik leun wat verder achterover, terwijl ik word overtuigd van het feit dat het zwemdiploma – waarvoor ik ons kind dus al heb ingeschreven, compleet met handtekening onder automatische incasso – echt onmisbaar is.

Die andere standaard
We zijn nog geen tien minuten onderweg en de ik-weet-alles-beter-vader in de zaal wordt geactiveerd door het feit dat de zwemschool de nationale standaard rondom de ABC diploma’s hanteert. De irritante-vragen-vader vraagt zich af hoe de zwemschool tegenover één of andere nieuwe standaard methode staat waarin kinderen alles binnen een jaar halen. Of iets dergelijks. De wijsneus-papa heeft daar waarschijnlijk iets over gelezen in het Parool en weet de klepel niet meer helemaal te hangen.

Wat blijkt nou, de zwemjuffen zijn nog diezelfde dag op bijscholingscursus geweest en weten veel meer dan de irrelevante-vragen-ouder. Ze zetten hem verbaal hardhandig op zijn plek, hetzij enigszins langdradig.

1-0 voor de zwemjuffen.

It’s all fun and games
Het verhaal kabbelt voort naar ‘leerfactoren’ en ‘succesfactoren’ en ‘onderwijsmethodes’. En dat plezier zo ‘hoog in het vaandel staat’ passeert ook een keer of tien de revue. De gemiddelde lestijd voor diploma A is twaalf maanden, wordt dan ineens nonchalant genoemd. De hele zaal begint te schuifelen op zijn of haar stoel. Tot zover het plezier voor de ouders.

Alsof het een feestje is om wekelijks drie kwartier in de ‘horeca-ruimte’ door te brengen gedurende gemiddeld twaalf maanden van je leven (per kind), neemt overenthousiaste zwemjuf aan dat je kind ‘uiteraard doorgaat voor B en daarna C’. Samen nog eens een klein jaar ‘horeca-ruimte’. Vanuit de zaal lachen we massaal beleefd de blije zwemjuf toe, terwijl we denken: ‘wat is er eigenlijk mis met alleen A?’

Pech met Pinksteren
Als het verhaal vervolgens richting ziekmeldingen, inhaallessen en roostering vaart, ontwaakt er ook nog een ik-zit-nogal-op-mijn-centen-vader. ‘Dus als onze lesdag toevallig een feestdag is, dan krijgen we geen inhaalles of geld terug. Wij hebben toevallig de maandag en dan heb je dus altijd pech met Pasen en Pinksteren.’

De zwemjuf begint nu oprecht verdrietig te kijken en zegt dat dit ‘nu inderdaad nog het geval is’. Ze wordt bijgestaan door een zwemjuf achterin de zaal die zegt dat Pasen net voorbij is en als het kind een beetje door zwemt, hij vermoedelijk zijn diploma al heeft voor Pasen 2018.

2-0 voor de zwemjuffen.

Koppie onder
Een mooie score voor de zwemjuffen, vind ik zelf. Maar er is nog iemand die ze in het vaarwater wil zitten. Een moeder schraapt haar keel. ‘Kan ik al ergens zien welke zwemdocent mijn kind krijgt?’. Ik kijk vol ongeloof om. Hoezo? Ken je ze persoonlijk, ofzo? En zo ja, regel dat dat even met die ene die je persoonlijk kent. En zo nee, wat maakt het uit? Ik heb net gehoord dat ze allemaal dezelfde methodes en lesprogramma’s hanteren. Of staat je het hoofd van die ene niet aan ofzo? In gedachten duw ik dram-mama koppie onder in het diepe bad. Ik wil gewoon naar huis. De juffen geven niks prijs. ‘U hoort het op de eerste zwemles. We zijn er nog mee bezig.’

Een verdiende 3-0.

Op naar de horeca-ruimte.

Wedstrijdzwemmen voor beginners

Stroopwafel

 

stroopwafels_2_20160713_154822Ik heb vandaag een oude man in een scootmobiel een stroopwafel gegeven. Hij vroeg om een euro en ik had alleen maar stroopwafels. ‘Had die meneer honger’, vroeg mijn dochter. ‘Ik denk het wel’, antwoord ik als ik terugdenk aan de grijns op zijn gezicht, terwijl hij de stroopwafel in het mandje aan zijn stuur legde.

We lopen door de Bart Smit. We hebben zojuist heel veel geld in haar spaarpot ontdekt en we gaan het lekker uitgeven. We lopen naar het My Little Pony pad. Het enige pad in de winkel dat ertoe doet. Een doos van een meter bij een meter met een groot plastic kasteel erin trekt direct haar aandacht. Er zitten ook twee pony’s bij. Eén ervan heeft ze al.

Ze kent het kasteel van YouTube. ‘Deze mama, deze wil ik. Deze moet ik echt hebben. Eindelijk kan ik hem hebben. Mama, deze, deze, deze.’ Ik aarzel. Hoe krijg ik dit ding lopend mee naar huis? Ik vraag me ook af of ze écht nóg een huis-achtig speelding nodig heeft. Ik onderhandel. ‘Maar schat, die ene pony heb je al. Vind je dat niet jammer?’

Ze stelt voor om haar ‘oude’ versie aan haar broertje te geven. Die hangt ongeïnteresseerd in de kinderwagen voor zich uit te staren. ‘Ik weet niet of hij die wel wil.’

‘Nou dan heb ik er lekker twee. Voor als er vriendinnen komen. Of dan kan ik spelen dat ze tweeling zijn. Of jij kan met mijn oude. Ik wil deze écht, mam!’

Het kasteel is flink afgeprijsd en ze kan het makkelijk betalen van haar spaargeld. Ik probeer haar nog wat andere, kleinere dingen aan te smeren, maar ze is onvermurwbaar. En het is haar eigen geld. ‘Oké dan’, zeg ik en ik pak de doos van de plank. Ze valt bijna flauw van geluk.

We kiezen ook nog iets voor haar broertje uit in de winkel, omdat het anders zo sneu is. Hij wil alles hebben en niks tegelijk. We kiezen een auto die we van de televisie kennen.

Tijdens het afrekenen stuitert mijn dochter om de kinderwagen heen. ‘Moet ik het voor je inpakken’, vraagt de aardige winkelmevrouw. Mijn dochter weigert. ‘Ik weet toch al wat het is?’

Ze past net met de grote doos samen in het onderste zitje van de kinderwagen. Het is een koddig gezicht. Ze kwekt en ze kwaakt en ze vraagt of we al thuis zijn, van onder een hele grote gekleurde kartonnen doos.

‘Hallo. Wilt u vandaag iets doen aan kinderuitbuiting?’

Ik kijk in mijn wagen. Het is denk ik geen persoonlijke vraag. ‘Uh, hoezo’, antwoord ik vertwijfeld. De jongen steekt een relaas af over Terre des Hommes en hun mooie werk over de hele wereld. ‘Want als je niet met kinderen kunt omgaan, moet je er ook bij uit de buurt blijven, vindt u niet’, beëindigt hij zijn relaas.

Het is angstvallig stil onder de gekleurde kartonnen doos. ‘Ja, nee, dat vind ik ook hoor’, zeg ik gauw.

Hij vraagt me om maandelijkse donaties van 7, 9 of 12 euro per maand. Ik leg hem uit dat ik al aan zoveel goede doelen geef en dat ik er liever niet nog één bij wil. Ik voel me er heel ongemakkelijk bij, met mijn letterlijk onder het speelgoed bedolven kinderen recht in zijn vizier. Maar hij zegt het te begrijpen.

Als we weglopen vraagt mijn dochter: ‘wat wilde die meneer van jou hebben?’ Ik leg haar uit dat hij voor arme kindjes op de wereld geld wilde, zodat zij een beter leven krijgen. Ik vertel haar dat zij nu een mooi ponykasteel heeft, maar dat sommige kinderen op de wereld niet eens kunnen eten omdat ze zo weinig geld hebben.

Ze denkt er even over na en zegt dan: ‘maar waarom heb je hém dan geen stroopwafel gegeven?’

Stroopwafel

Zwelgje

Image result for oliebollen albert heijn

Kijk, misschien trek ik dit soort berichtgeving aan hoor, maar er is mij de laatste tijd iets opgevallen. In de meeste dingen die ik lees, zie of hoor is de onderliggende boodschap gelijk.  De onderwerpen kunnen nog zo verschillend zijn, van opvoedkundig advies tot ‘tips voor kerstdiners’, altijd verneem ik hetzelfde – overigens goedbedoelde – motto: ‘Maak het niet te moeilijk voor jezelf. Het geeft niet.’

 

Billen bloot
Ik ken legio mensen die zich veel te druk maken over alles dat moet, zal en vooral hóórt. Bij tijd en wijle ontspring ik deze dans ook niet, helaas. Maar moeten we dat nou zo breed uitmeten naar elkaar toe? Waar komt deze schaamteloze, met de billen bloot-achtige houding vandaan? En dan die hangende pootjes erbij. Bah.

Blues
Ik weet het antwoord op deze vraag, denk ik. Onvolkomenheden dragen in stilte is niks aan. Maar als je het met de wereld kunt delen krijg je medeleven en begrip. ‘Geeft niet joh, jij bent ook maar een mens.’ En meelij wekken is lekker. Aandacht is heerlijk. Gewoon een beetje rond woelen in die blues met spotlights is onbetaalbaar.

Op zijn tijd.

Maar het lijkt wel of we met zijn allen zijn beland in een staat van permanente openbare blues. Waar het vroeger cool was om je ellende bij je te houden, worden we nu uitgedaagd door de (sociale) media om in het licht te stappen met onze misère en frivool de handdoek in de ring te gooien. ‘Heb jij ook zo’n stress met de feestdagen? Laat die kalkoen toch liggen bij de slager en bestel pizza!’

Pizza
‘Jaaaaaaaaa’, denkt ploeterend Nederland, ‘pizza! Dat willen wij. Wij kunnen helemaal niet koken, wereld. Wij bakken er ieder jaar letterlijk niks van, wereld. Wij zijn het beu. We willen pizza!’ Et voilá, een complete bevolking die pizza bestelt met de kerstdagen, onder het motto ‘waarom moeilijk doen als het makkelijk kan’. Mooi is dat.

Volkssport
Kijk, een beetje begrip en medeleven voor hen die door het leven zwoegen is heus op zijn plaats, maar doe dat lekker tijdens een verjaardag, ofzo. Ik heb niet het gevoel dat we van genoegzaam zwelgen volkssport nummer één moeten maken. Het wordt hoog tijd voor ‘schouders eronder’ en ‘niet lullen, maar poetsen’.

Anders kijken we straks enkel tegen opgebrande, uitgebluste lotgenoten aan. Terwijl we elkaar geruststellend toeknikken en -fluisteren: ‘Dat hebben we allemaal wel eens. Niemand is perfect. Je moet het niet te moeilijk maken voor jezelf. Je moet ook zoveel. Als je het maar hebt geprobeerd. Het leven is te kort om er niet van te genieten. Laat het los. Je bent een mooi mens.’

‘Het geeft niets.’

Kans
Ik ben hier om u te vertellen: het geeft wel, verdorie! Grijp je kans en laat je op het nippertje van 2016 nog van je meest perfecte kant zien. Dit jaar bak jij zelf de oliebollen! Met authentiek bierbeslag. Die van de Albert Heijn zijn toch niet te vreten. En als ze dan toch mislukken, omdat je een type bent dat pizza heeft besteld met kerst: het geeft wél. Wees streng voor jezelf.

Volgend jaar probeer je het gewoon nog een keer.

 

Zwelgje

Ik wil ook dansen

Ik ben jaloers op mijn kinderen. Als mijn kinderen iemand stom, eng of irritant vinden, dan zeggen ze dat gewoon. Ook tegen die persoon. Dat ik dan vervolgens moet gaan zitten lijmen, interesseert ze geen ruk. Zij zijn het kwijt, hop, zullen we nu gaan puzzelen, mama?

img_6061

Onaangepast
Dat ze het eten vies vinden, roepen ze recht in mijn gezicht. Ook al heb ik er uren op staan zwoegen (uiterst zeldzaam overigens). Moeten ze op een consultatiebureau verschijnen en vraagt die mevrouw dan of ze van deze blokjes een vrachtwagen willen maken, dan zeggen ze gewoon ‘nee, ik wil een vliegtuig’. En als ze een streepje moeten tekenen, maken ze een cirkel. En tegen die bal aanschoppen doen ze zeker niet op commando. Alleen als je niet kijkt.

Eigenwijs
Als het min vijf graden is buiten en ze moeten op de fiets, dan willen ze geen handschoenen, sjaal of muts. Dat vinden ze niet fijn. Ik vind dat ook niet fijn, maar ja, ik ben verstandig, Mijn kinderen hebben maling aan verstandig. En uiteindelijk spijt, dat dan weer wel.

Oost-Indisch doof
Als ze klaar zijn met een activiteit, dan laten ze al hun zooi gewoon liggen. Meestal verdwijnt het op miraculeuze wijze toch wel weer. Als ik ze erop aanspreek, doen ze net of ze me niet horen. Zelfs niet als ik ze er op tien centimeter afstand op aanspreek. Dan zijn ze ineens enorm druk met hun volgende activiteit en hebben ze echt geen tijd voor mij.

Gewelddadig
Als ze zin hebben om even van zich af te meppen, dan zoeken ze elkaar op. Dan treiteren en jennen ze elkaar net zolang totdat één van de twee uithaalt en de ander reageert met een vuistslag. En dan zijn ze het weer kwijt, hop, zullen we puzzelen broertje/zusje?

Vulgair
Als ze een scheet of boer dwarszit, dan laten ze die zonder enige gêne. Sterker nog, ze lachen zich er kapot om en laten er nog één. Als ze een grote boodschap moeten doen, kondigen ze dit bovendien nog net niet met een megafoon aan.

Ongevoelig voor de omgeving
Ze schreeuwen als ze aandacht willen, peuteren in hun neus als het hen uitkomt, huilen alsof hun geliefde net gestorven is als iemand iets afpakt, springen op banken, bedden, stoelen, kussens et cetera, dansen alsof er niemand kijkt en zingen vals alsof ze een opera aan het voordragen zijn.

Ze praten ook echt altijd. Want ze hebben altijd iets nuttigs te vertellen. Vinden zij.

Desastreus modegevoel
Ze dragen kleding met hun favoriete televisieseries erop en laten dit trots aan iedereen zien. Ook als het echt heel vreemd staat, eigenlijk. Ze houden ook enorm van glitter.

Altijd te laat
Mijn kinderen vinden de tijd volkomen onbelangrijk. Ze hebben geen besef van- en geen boodschap aan het feit dat je op bepaalde tijdstippen ergens zou moeten verschijnen. Ze hebben meestal nog iets anders vreselijk belangrijks af te maken, dat sowieso niet kan wachten tot later.

Wow
Hoe komen ze hier in vredesnaam mee weg? Waarom hebben ze nog steeds een dak boven hun hoofd en krijgen ze zelfs cadeautjes op 5 december? Wat doen zij goed en ik verkeerd? Wat is het geheim? Ik ben echt stikjaloers en stapelgek op ze. Nu alleen hopen dat ze niet doodvriezen op de fiets de komende tijd zonder sjaal, muts en handschoenen.

Ik wil ook dansen

Volgende halte: regenboog

119681_900Ik sta in de file. Buiten is het koud, miezerig en er staat vrij veel wind. Ik kruip over de A1 in mijn grijze auto. Eerder deze week reed ik vrolijk 130 op dit stukje snelweg en stond er een prachtige regenboog te schitteren in de weilanden naast mij, terwijl mijn zilveren bolide fonkelde in het zonlicht. Nu is er niks dan kruipende grijze muizen auto’s met klapperende ruitenwissers, in het halfduister.

Gezellig.

Ik treuzel met mijn auto op een gevaarte over de snelweg af. Het is een brug, zo blijkt. Er steekt een lange rij kromgebogen voetgangers over van links naar rechts. Ik weet niet waarom, maar het beeld verrast me. Ik vraag me af waarom er opeens zoveel mensen op deze brug zijn. Zoveel grijze muizen mensen in grijze muizen jassen.

Zo somber ook?

In een fractie van een seconde fabriceren mijn hersenen oplossingen voor het scenario. Misschien leidt deze brug naar een begraafplaats? Brengen deze keurig in een rij geformeerde figuren iemand naar zijn laatste rustplaats?

Zo verdrietig.

Of zijn het fabrieksarbeiders die de fabrieken aan de overkant instromen. Lunchtrommel onder de arm geklemd. Mond en neus in de sjaal gedrukt tegen de walmen uit de schoorstenen?

Zo noest.

Is het een stille tocht? Voor een meisje dat vorige week van deze brug sprong, nadat het leven haar eens te meer te grazen had genomen? Dat meisje, waarvan iedereen altijd zei: ‘wat een lief kind is dat toch.’

Zo adembenemend.

Ik kijk naar links. Een station. Het is gewoon een station. Waar drommen mensen in één keer worden uitgeladen. Waar drommen mensen in één rij de brug oversteken van reis naar bewoonde wereld.

Zo saai.

Zo ontzettend saai.

Ik zet de radio wat harder, schuifel onder de brug door en kijk uit naar een regenboog.

Volgende halte: regenboog

Speelgoed in de regen

De zon schijnt vandaag niet. Het is één en al regen dat de straatstenen raakt. Ik zit warm en droog binnen, terwijl de tuin lijkt te huilen om het leed van de weersomstandigheden.

Er is niets verdrietiger dan felgekleurd kinderspeelgoed dat argeloos door de tuin verspreid ligt te verdrinken in de neerslag. Rondslingerende bruine bladeren aan de voet van een rood-blauwe peuterglijbaan en een bal die door de wind zachtjes door de tuin gerold wordt. De speeltent ligt omgewaaid op het gras.

De herfst maakt een punt.

Van mij hoeft het niet zo.

Speelgoed in de regen

Powerpointvoorleesmoeder

7-ideas-to-turn-powerpoint-slides-into-social-media-marketing-gold

Ik staar naar een scherm met een stuk of zeven vragen. Zeven oprechte vragen. Categorie: ‘wat is een werknemer?’ Dat soort existentiële problematiek. In mijn zoveelste online overleg van de week dat aan elkaar wordt gelijmd door een powerpointachtige constructie, probeer ik chocola te maken van de bedoeling van deze slide. “Are you looking for an answer from us?”, probeer ik voorzichtig. “Oh no, not right now. We don’t need to know the answers to everything, right?”

“Right…”
Ik leun weer wat verder achterover. Blijkbaar is deze ‘meeting’ een hoorcollege. Ik nip ontspannen aan mijn koffie, terwijl stereotype blond meisje met weinig charmante Scandinavische naam vier keer in gevarieerde bewoordingen herhaalt dat we nog een discussie zullen starten en er nog een vervolgmeeting komt.

“Great.”

Slurp.

Lunch
En dit is niet de eerste keer dat ik mijn tijd verdoe met een headset op. Er wordt nogal wat overleg gepleegd in een internationale organisatie, omdat je niet zomaar langs iedereens bureau kunt lopen. Overal is een meeting voor nodig. Daar is ook wel wat voor te zeggen.

Wat mij alleen net iets te vaak overkomt is dat in deze meetings, die doorgaans meer bedoeld zijn als powerpointvoorleesuurtje waarbij ik gerust mijn lunch kan opeten, niks wordt behandeld dat ik niet al wist. Introductie van één of andere website? Ja, die had ik eergisteren zelf al gevonden; toen ik hem nodig had. Cijfertjes en getallen? Ja, die had ik al van mijn manager gehoord. De koers die we gaan varen? Yes, got it, werd in die andere meeting ook al behandeld.

Hopeloos zonde.

Ambigu
Nu is het zo dat ik zelf ook eigenaar ben van zo’n dergelijke bijeenkomst. Daar komen toch zeker zo’n tien man op af. We bespreken verkoopresultaten, klanttevredenheidscijfers, de planning voor de producten en allerhande gerelateerde, dan wel niet gerelateerde zaken. De houding van zeker zestig procent van de deelnemers ten opzichte van deze vergadering is op zijn zachtst gezegd ambigu.  Ze vinden het niet zo nuttig en toch nuttig tegelijk.

Ik voel hun pijn. Het is ook maar zelden dat ik iets opsteek van dit overleg. Als iets echt mijn aandacht nodig heeft dan bereikt dat mij ook wel voor of na deze bespreking. Geloof me, ze weten me te vinden. Dus is ook deze zes wekelijkse herhaling van zetten een opsomming van zaken die ik al wist. En dat geldt voor de meeste aanwezigen.

Intonatiecursus
Maar om er nou mee te stoppen? Dan heb je toch het gevoel dat je misschien iets mist. Dat je geen weloverwogen beslissingen neemt en mensen niet betrekt. Ik ben daarbij ondertussen één van de beste powerpointvoorleesmoeders op aarde. Agendapunten, diagrammetjes, bulletpoints, ik lees ze voor als een nachtegaaltje dat zojuist terug is van een intonatiecursus. Zoiets hang je niet zomaar aan de wilgen.

Dus voorlopig kan ik me er wel in vinden. ‘We don’t need to know the answers to everything’. Dan kan ik lekker blijven oefenen met voorlezen. Dat is dan weer leuk voor thuis.

Powerpointvoorleesmoeder

Pinnen voor een tasje

359_1

Met hun postuur nog te klein voor een man en te groot voor een jongen, staan ze giechelend achter me in de rij. ‘Dit heb ik nog nooit meegemaakt’, hinnikt één van de twee duidelijk vermaakt. Hij houdt een paar blikjes red bull, een zak naturel chips, een pak stroopwafels en een reep chocolade in zijn armen geklemd. ‘Pinnen voor een tasje’.

De ander bescheurt het van het lachen. Hij met de chips heeft precies genoeg geld op zak om de boodschappen te betalen, maar blijkbaar hebben ze een tasje nodig. En dat zit nét niet in het contante budget. De ander is de trotse eigenaar van een pinpas en niet bang deze te gebruiken. Hij zal dat tasje wel even pinnen.

Ze zijn overdonderd door hun hilarische lot; beschrijven deze bijzondere gebeurtenis die binnen enkele minuten de geschiedenis in zal gaan nog tien maal. Iedere keer schaterlachend. Met stomheid geslagen dat hun leven zo hysterisch grappig kan zijn; zo’n onverwachte, komische wending kan nemen. Gewoon op donderdag.

Ik sta achter een vrouw die geen idee heeft dat je tijdens het scannen van je boodschappen al kan beginnen met inpakken. Ze kijkt nauwgezet toe hoe de caissière één voor één de ingrediënten voor haar aanstaande avondmalen over het lampje trekt. ‘Piep’, appelmoes, ‘piep’, knakworsten, ‘piep’, rode wijn. Al die treurnis moet toch ergens in verdronken worden, immers.

En achter mij steeds luider: ‘Hahaha, pinnen voor een tasje. Ongelooflijk!’

De caissière is verzonken in gedachten. Ik zie haar glimlachen. Misschien heeft ze net een nieuwe vlam; een leuke date achter de rug. Misschien is ze bijna vrij.

‘Piep’, rijstwafels.

Ik ben eindelijk aan de beurt. Ik kan niks inpakken, want die mevrouw is pas net begonnen. Ik schuifel licht ongemakkelijk rond voor de kassa. De caissière scant haar bonuskaart, omdat die van mij thuis is achtergebleven. En ze is de beroerdste niet. Je kunt zien dat ze vindt dat ze een goede daad verricht. Het scheelt 68 cent.

Ik kan pas inpakken als alles goed en wel betaald is en dus ben ik deelgenoot van het historische moment, waarop er wordt gepind voor een tasje.

‘Piep’, zegt de kassa. ‘Tien cent, alsjeblieft’, zegt het dromerige meisje. De jongen met de pinpas plast bijna in zijn broek en giert dan bijna onverstaanbaar uit: ‘Ik wil graag pinnen!’

Zij drukt op een knopje. Vertrekt geen spier. Het interesseert haar geen moer. De grijns rondom zijn lippen smelt van zijn gezicht af en hij pint. Tien cent. Een schamele prijs voor zoveel voorpret gevolgd door de teleurstelling van de eeuw.

Als ik mijn spullen in de auto leg, hoor ik ze nog achter me langs fietsen; de pinpascabaretiers. ‘Hahaha, de volgende keer nemen we gewoon een tasje mee hoor.’

Pinnen voor een tasje

Mijn offer aan haar toekomst

sunZe is zo heerlijk zichzelf. Ze danst als ze dansen wil, vertelt over draken en leeuwen terwijl ze het kringgesprek in één lange gespannen adem stillegt en zegt dingen als: ‘ik hoef geen selfie met jou samen. Ik ben toch mooier dan jij.’ Ze speelt met jongens, want ‘die kunnen wél dingen’. Ze ziet eruit als een elfje met haar frêle bouw en witblonde lokken, maar domineert lieflijk chanterend ieder spel, met haar eisenpakket. Ze is zo honderd procent eigen, dat je bijna zeker weet dat er na jaren van overleven in de samenleving en druk op de ketel misschien wel zestig procent overblijft.

Bijplaneten
Ze drijft ons ondertussen tot waanzin. Vanuit het centrum van haar universum zijn wij slechts bijplaneten die nog net een naam mogen dragen en toevallig soms van pas komen. Als ze dorst of honger heeft bijvoorbeeld. Of wanneer zij iets gezegd wil hebben – zelfs al gaat het over een uiterst onbelangrijk detail.

Verder moeten we vooral uit haar licht blijven, maar zorgt zij wel dat de zon in haar bijna de hele dag in onze ogen schijnt. Onophoudelijk haar stralen strooit. Ook als je gewoon even zin hebt in een beetje schaduw.

Bouwvakker
Ze past zich niet aan. Dat maakt opvoeden een ogenschijnlijk onmogelijke taak, maar we zijn volhardend. Uiteindelijk zullen de manieren wel komen. Ze bedankt al netjes als ik iets aangeef en heel af en toe eet ze met bestek. Dat ze nog altijd in haar neus peutert, boert en scheet als een bouwvakker – gevolgd door bijpassend bulderend gelach – en het liefst naakt de wereld betreedt, accepteren we voorlopig maar.

Want ze maakt me zo trots.

Bijschaving
Iemand die zich niet aanpast, bepaalt zelf hoe haar leven eruit ziet. Laat zich niet beïnvloeden door de grote gemene deler. Interesseert zich niet voor achterhaalde gebruiken en gewoontes. En natuurlijk kan het enige bijschaving gebruiken. Een luid boerend, schetend, schreeuwend, neus peuterend, alles overheersend, met de handen etend, narcistisch, ongeleid projectiel kan nu eenmaal niet meedraaien in sociale kringen. Maar de basis is in elk geval sterk.

Ouder-kind-gesprek
Toch enigszins huiverend ging ik vorige week naar het eerste ‘ouder-kind-gesprek’ op school. De traditionele kinderopvangcentra waar ze ooit zat, wisten haar eigenzinnigheid nooit zo te plaatsen (of waarderen), dus ik vreesde voor het oordeel van de juf. Hoorde al termen als ‘druk’, ‘luidruchtig’ en ‘dominant’ door mijn hoofd spoken.

Volkomen onterecht.

Ver
Ze kreeg ‘leiderschapskwaliteiten’, ‘intelligentie’, ‘humor’ en ‘rijke fantasie’ toegedicht. En ja, ze loopt wel eens weg of trekt alle spullen uit de kast (‘ontdekkend’). En ja, ze gaat zonder pardon de confrontatie aan met de juf (‘eigen mening’). En ja, ze windt met gemak de hele klas om haar vinger (‘beetje manipulatief’). Maar over al die dingen wilde de juf eigenlijk maar één ding kwijt: ‘deze gaat het heel ver schoppen als ze volwassen is. Alleen de puberteit nog even overleven.’

Offer
En dus ben ik trots op mijn powervrouw van één meter. Mijn hoogblonde, slimme stuiterbal met leiderschapskwaliteiten en innemende blauwe ogen. En bij iedere druppel bloed die ze onder mijn nagels vandaan haalt, denk ik vanaf nu alleen nog maar: ‘mijn offer aan jouw stralende toekomst.’

Of tenminste, dat neem ik me voor dan.

Mijn offer aan haar toekomst

De langste dag

De wekker meldt zich en laat in een flauw schijnsel kwart over vier zien. In de ochtend inderdaad. Mijn ogen protesteren; blijven grotendeels dicht. Ik wiebel langs het bed naar de slaapkamerdeur en gris mijn klaargelegde kleding van het nachtkastje. Gewassen, gepoetst en aangekleed sta ik vijftien minuten later klaar om naar Schiphol te gaan. De KLM vertrekt om zeven uur, mét of zonder mij. Ik kan maar beter zorgen dat ik erbij ben.

maxresdefault

Laat
De weg is leeg. Het regent een beetje. Ik luister ballads op de autoradio. Schiphol is toch verder rijden dan ik dacht. Ik zit bijna de hele weg achter een Volkswagen Golf, waarvan ik vermoed dat het politie is, dus houd ik me netjes aan de snelheid. Op dit uur. Ik sms mijn collega. Hij is ook te laat. ‘Nog in slaapstand’, laat hij weten. Vertel mij wat, denk ik hardop.

Vaatdoeken
Het is druk op Schiphol. Wat doen al deze mensen hier? Dit is niet zoals de wereld in slaapstand er hoort uit te zien. Als een droom die hopeloos uit de hand gelopen is. Er rollen trolleys en hutkoffers voorbij. Kinderen op bagagekarretjes hangen als vaatdoeken over de tassen heen. Er wordt opgewekt gekwaakt in drieëntwintig talen. Wij checken moeizaam in en glimlachen ons door de douane heen.

Koffie
Eindelijk, koffie!

Dat denkt iedereen op Schiphol. Rijen dik staat men te smachten naar cafeïne. De Starbucks is de schitterende ster aan de duistere hemel van de vroege ochtend. We zoeken ons heil elders, waar een koffie meer dan vier euro kost. We krijgen er een bonbon bij en laten ons belazeren met niks-spectaculairs-aan-koffie. Maar koffie is koffie. En koffie is goed.

Grijs
Eindelijk, we vliegen. Met vertraging. De gedachte dat ik dus een half uur langer had kunnen slapen, kan ik niet onderdrukken. Het uitzicht is beroerd. Wolken hebben de macht gegrepen en wij kijken naar een witte deken. In Noorwegen miezert het als we landen. Het asfalt van de landingsbaan kleurt bij de hemel. Goed weer om te werken.

Werken
We worden warm ontvangen door onze Noorse collega’s en mogen bureaus stelen van afwezigen. Werken, oh ja, daar kwamen we immers voor. De dag kabbelt voort. Ik schud wat handen, praat wat bij. Ik kom aan stapels mails en openstaande zaken toe. We praten lekker Nederlands tussen de Noren en dat voelt heel grappig.

Reality tv
Tegen half vijf is het wel goed geweest en we zoeken het hotel op. In de avond hebben we een eetafspraak, dus ik hoop nog wat te kunnen bijslapen. Helaas denkt mijn lijf hier anders over. Zo vind ik mezelf uiteindelijk languit op een aangenaam hotelbed vergezeld door slechte reality tv en een videogesprek met mijn kinderen die in bad zitten.

Drankjes
We eten pizza tegen een uur of acht. Het is gezellig. We bestellen nog een drankje. En nog één. En nog één. Pas heel erg aan het eind van de avond zitten we terug in de trein naar het hotel. En daar doen we nog één drankje dan… Midden in de nacht merken we op dat het midden in de nacht is. Morgen hebben we een belangrijke dag. Misschien moesten we maar eens gaan slapen.

Wakker
Uiteindelijk slaap ik gelukkig snel. Maar niet erg lang. Alsof mijn bioritme zich nu al heeft aangepast aan absurd vroege ochtenden. Als ik eenmaal wakker ben, laat de slaap zich niet meer zien. Ik geef me over aan mijn lot en open om half zeven ’s ochtends mijn Facebook app. Daar word ik begroet met een bericht: ‘Hallo Kim, vandaag is het de langste dag!’

Ja.

Ok.

Top.

De langste dag