Nou ja, zeg. Zo word je nooit eens ergens voor uitgenodigd en zo ben je ineens dé vergadertijger van het gebouw. Dit overkwam mij een maand geleden toen ik een nieuwe functie kreeg. Ik hobbel van ‘meeting’ – dan klinkt het extra belangrijk – naar overleg. Echt tijd om te werken houd ik niet over, want de rest van de dag ben ik mails aan het beantwoorden. Ik zie er echt ontzettend druk, druk en nog eens druk uit.
Mondhoeken
Nou heeft vergaderen een nogal negatief imago. ‘Al dat gezever over niks’; je hoort het de mensen denken. ‘Knopen doorhakken’ willen ze. ‘Het echt ergens over hebben.’ En ondertussen bij iedere vergadering aansluiten met de mondhoeken naar het zuiden en de armen over elkaar. Maar wél erbij gaan zitten dus. Om een punt te maken met die mondhoeken van ze.
Rondvraag
Nou heb ik slechts een maand fulltime vergaderervaring, maar ik heb ontdekt dat het leven niet ophoudt als je een vergaderkamer inloopt. Ik was – compleet in overeenstemming met mijn licht cynische aard – ook altijd sceptisch over het oeverloze ge-blabla en tergend langzaam afhandelen van agendapunten. Om over de rondvraag nog maar te zwijgen.
Sky radio
Maar in de praktijk heb ik er al heel wat van opgestoken en zelfs wat ‘bereikt’ (ik ben inmiddels zo corporate dat ik er zelf misselijk van word). En dat zonder dat mensen gillend de ruimte zijn uitgerend, omdat ze liever mails willen kunnen beantwoorden met Sky radio als muzikale omlijsting.
Jolig
Toen ik onlangs ook nog koffie, cola en koek had laten aanrukken voor dé meeting van de maand was de stemming zelfs jolig te noemen. We vlogen door – de meeste – onderwerpen heen als een mes door zachte boter. Er volgden zelfs complimenteuze mails. Dankzij de koekjes wellicht? Overigens was er ook gewoon – redelijk terechte – kritiek van de gebruikelijke mondhoeken. Voor de continuïteit, laten we maar zeggen.
Stroom
Maar ik ben er wel uit: door mijn aderen kolkt een verwoestende rode stroom vergadertijgerbloed. Opgezweept door agendapunten, onleesbare presentaties en spreadsheets, lauwe koffie uit een kan en onbestemde takenlijstjes. En dan gruwelijk met elkaar ‘van gedachten wisselen’, ‘standpunten verdedigen’ en ‘argumenten weerleggen’. Lekker man. Ik wil nooit meer iets anders.
Iemand nog een koekje?

Deze week was ik op een kantoor waar de medewerkers voor een verwenmomentje langs de inpandige koffiebar konden lopen. Gratis koffieautomaten waren er ook, maar deze (betaalde) koffiebar wasemde ontspanning en genot, ingelijst met grote, gezellige mokken en lawaaiige koffiemachines.
Die auto’s staan er nu al twee dagen. Met een rood kaartje erop. Stout. Foei. Niet doen. Ze doen het toch. Het zijn Duitsers. Op vakantie in een Nederlands vakantiepark. En het kan ze niks schelen. Dat er regels zijn enzo. Die auto’s laten ze lekker staan. Hoeven ze niet zo ver te lopen als ze even met hun dikke bolide ergens bradwurst en sauerkraut willen gaan kopen.
We gaan ons huis verraden – uh, ik bedoel verkopen. De afgelopen weken stonden in het teken van hypotheekadvies, makelaarsbezoeken, stylingshulp en uiteindelijk een multifunctionele fotograaf met meetapparaatje. Van al deze mensen vond ik de styliste het pijnlijkst. ‘Dit mag hier niet, dat moet weg, dit moet je repareren, er staan teveel spullen op je kasten.’ Met pen en papier hobbelde ik achter haar aan en schreef blaadje na blaadje vol. Na al het advies wonen we in een soort ziekenhuis met Tiffanylampen. Daar durfde ze denk ik niets over te zeggen.
Mijn dochter is ruim drieënhalf en was nog bijzonder content met het dragen van een luier. Ook voor een smerige pamper trok zij haar neus niet op. Sterker nog, ze bleef er lekker in lopen. Aangezien ze de basisschoolleeftijd nadert, was er noodzaak hier eens wat aan te doen. ‘Na de Kerstmis doen we de luier uit, ok? Grote meisjes hebben geen luier meer.’ Ze stemde in, maar wist niet goed waarmee. Of ze wilde het niet weten.
Ik was het overzicht kwijt. Er kwamen links en rechts mailtjes aan. Over dingen waar ik al iets mee kon, dingen waar ik iets mee had moeten doen en dingen die pas later aan de beurt konden komen. Allerlei verschillende onderwerpen, allerlei verschillende mensen. De muziek van mijn mailbox was een kakafonie van vragen, opdrachten en uitzoekklusjes. En diegene die het hardst kon zingen kreeg voorrang.
De afgelopen weken uit mijn leven bestaan uit nogal veel ‘nee’ om mij heen. En dan niet gewoon ‘nee’, maar nee met vechtlust. Een nee om verdedigd te worden. Als moeder van twee kinderen in de leeftijden twee en drie ben ik redelijk gewend aan ‘nee’. Eigenlijk maakt de vraag niet uit; het antwoord is nee. Echter, als volwassenen zich gaan gedragen als mijn kinderen, ben ik toch van mijn stuk gebracht. Die kan ik natuurlijk niet naar hun kamer sturen of belonen met chocolade als ze wél doen wat ik wil.