Getrouwd met mijn werk

bride-on-computerDaar lig ik dan. In de bruidssuite van een luxe hotel in Limburg. Alleen. In een kingsize bed, met uitzicht op een bubbelbad en een grote glazen douchecabine. Er glimmen gedimde lampen in mijn ooghoeken, want de zon is al uren onder. Twee gigantische spiegels decoreren het geheel op stijlvolle doch ondeugende wijze.

Ik vraag me af welke schouwspelen zich hier voltrokken. In dat bad, dit bed, die douchecabine. Al die huwelijksnachten die hier minuut na minuut de geschiedenis in gleden. Weerkaatst in die spiegels en live afgespeeld voor de ogen van de pasgetrouwden. Iedere aanraking, iedere glimlach en elke slok champagne in drievoud uitgesponnen en daarmee gegraveerd in het geheugen. De kracht van herhaling.

Ik hoor het geritsel van bruidsjurken die knoopje voor knoopje van de bruid zijn gepulkt en uitgehangen aan het haakje dat zo handig hoog op de muur zit. Ik zie een stropdas over de loveseat gedrapeerd. Ik ruik de zoete geur van aardbeien die klaarstonden op dat antieke tafeltje naast het bad, gemengd met een zweem van zweet, aangekoekte haarlak en knoflookmayonaise.

Ik denk aan de uitgeputte bruidsparen die bij aanblik van het bed alleen nog konden denken aan de aanstaande nachtrust. De kleding in razend tempo opgelucht afgepeld, twee minuten gedoucht en hup, onder de wol. Dat bad komt morgen wel.

Een nacht. Zo vluchtig dat je er nooit uit kunt halen wat je dacht dat erin zat. De illusie die sterft zonder dat je het erg vindt. Dat wat je eruit kon halen was ook wonderschoon. Wat het ook was. De kamer is slechts omlijsting.

En hier zit ik nu. Met mijn zakelijke overnachting in een veel te dure kamer – gewoon, omdat hij over was, cadeautje – te wachten op een schim van het verleden. Maar ook dat is een illusie. Er is hier vanavond geen huwelijksnacht gepland. Ik ben hier alleen. Met mijn laptop, mijn verbeelding en mijn melancholy blues. Om alles uit deze nacht te halen wat er in zit: slaap. Het ware luxegoed.

“So come and get me. Let me. Get in that sinking feeling that says my heart is on an all time low – I am causing a mild sensation with this new occupation. I am permanently glued to this extraordinary mood. So now move over and let me take over with my melancholy blues.”

Getrouwd met mijn werk

Overpeinzingen van een koekenbakker

20151018_213649

Ik sta in de keuken wat te heupwiegen en zacht maar vals te zingen. Pinda’s, pure chocolade, bloem, pindakaas en heel veel suiker om mij heen. Begeleid door foute muziek waar je van gaat dansen en zingen en bijgestaan door een glas rode wijn. Morgen ben ik jarig. Vandaag maak ik koekjes.

Ritueel
Ik houd niet zo van verjaren. In elk geval niet van de toestand eromheen. Ik vind het ieder jaar wel leuk dat ik het toch maar weer heb gehaald. Gezien mijn minder dan gemiddelde motoriek en soms ondoordacht gehaast handelen, ligt een ongeval eigenlijk permanent op de loer. Maar toch, tweeëndertig jaar alweer! Valt niet tegen.

Vergis je niet, ik houd wel van een feestje. En ook wel van een feestje om het leven te vieren. Maar daar heb ik doorgaans geen kringgesprek met koffie en slagroomgebak bij in gedachten. Aangezien mijn huidige gezinssituatie – en die van veel van mijn vrienden en familieleden – een dergelijke koffiemiddag ter ere van een verjaardag bijna als vanzelfsprekend voorschrijft, zie ik er liever van af. Het leven vier ik dan wel op andere manieren.

Kinderverjaardag
Vandaag was ik overigens te gast op een kinderfeestje. De jarige werd twee en gaf ongeveer net zoveel om haar verjaardag als ik om de mijne. Zoals het hoort als je twee wordt. ‘Oh leuk, lcadeautje. Mag ik nu weer gewoon op de iPad?’ (maar dan met minder woorden).

Vanaf je derde levensjaar worden verjaardagen ineens wél belangrijk. Je verheugt je op cadeautjes, taart, kaarsjes uitblazen en lang zal ze leven. Alle opa’s en oma’s komen en jij mag zeggen wat de pot ’s avonds schaft. Zo’n verjaardag is echt zo gek nog niet in je jeugd. Ieder jaar wordt de spanning groter, want ieder jaar heb je meer ideeën over cadeaus en wat er rond zes uur geserveerd moet worden. Bovendien is het ook nog eens zo dat je met ieder verworven jaar een kwartier langer mag opblijven. Score!

Waarde
Na je achttiende verjaardag begint het begrip verjaardag langzaam op waarde in te boeten. Daar moeten we niet te moeilijk over doen, denk ik. Het moment dat mensen hun leeftijd gaan verzwijgen in sociale situaties, vind ik sowieso een goed moment om überhaupt te stoppen met die hele gebaktoestand en het feliciteren. ‘Wow, jij wordt echt oud. Gefeliciteerd zeg en nog vele jaren, hè? Hopelijk…’

Ik verzwijg mijn leeftijd nog niet, maar als ik zou zeggen dat ik sta te juichen om tweeëndertig te worden, zou ik mezelf het komende jaar niet recht aan durven kijken. Dat hele gedoe met een spiegel vind ik eigenlijk al een tijdje niet zo leuk meer, dankzij de langzaam terrein winnende kraaienpootjes rondom mijn oogleden. Maar dat terzijde.

Kilo
Misschien is mijn persoonlijk oud en nieuw dus een goed moment voor nostalgie en melancholie. Een moment om terug te denken aan de kaarsjes die ik ooit met een twinkeling in mijn ogen en kriebels in mijn buik uitblies. Maar ik ben afgeleid door Jason Derulo die zingt over onzedelijkheden, terwijl ik tot twee keer toe mijn vingers brand aan hete bakplaten.

Ondertussen voedt de geur van koekjes langzaam mijn verlangen op de vooravond van mijn verjaardag. Voorproeven lijkt onvermijdelijk als ik één voor één de warme koekjes op een bord leg om af te koelen. Mijn drieëndertigste levensjaar begin ik vermoedelijk een kilo zwaarder dan ik mijn tweeëndertigste afsloot. Nou ja, hopelijk vult dat extra gewicht die kraaienpootjes een beetje op.

Overpeinzingen van een koekenbakker

Stop hou op iedereen

dsc02381

Voor de derde keer ontvang ik een brief van de gemeente Amersfoort. Ze hebben mij namelijk persoonlijk geselecteerd om een vragenlijst in te vullen over de leefbaarheid van mijn wijk. Dat hebben ze een paar weken geleden al gedaan en toen begon de ellende. ‘Wij willen u vriendelijk verzoeken wat tijd vrij te maken om een online vragenlijst in te vullen…bla, bla, bla… VVV bonnen á vijfentwintig euro verloot.’ De VVV bonnen konden mij niet verleiden. De brief verdween tussen de aardappelschillen.

Rustplaats
‘De aanhouder wint’, moeten ze gedacht hebben toen ik niets van mij liet horen. Enkele weken later kreeg ik de vragenlijst in zijn totaliteit op papier toegestuurd. De omvang was niet misselijk kan ik u vertellen. Maar goed, als ik dus bang was geweest voor internet, was dit het alternatief. Na deze in een rechte lijn vanuit de envelop bij het oud papier een laatste rustplaats te hebben gegeven, kreeg ik vandaag nogmaals een herinnering. Ik word een beetje moe van de gemeente Amersfoort. Rot op met je vragenlijst en ga zelf bedenken of het hier leefbaar is. Loop een keer een rondje ofzo. Daar word je toch voor betaald?

Nul tot tien
Ik moet wel even openheid van zaken geven, want de gemeente Amersfoort treft niet alle blaam. Ik heb het gevoel dat ik dagelijks word gevraagd ergens een vragenlijstje over in te vullen. Bestel ik iets online, dan krijg ik vrijwel altijd een mail nagestuurd met een vragenlijst om de service te beoordelen. Ben ik op vakantie geweest, dan moet ik de reisorganisatie, de accommodatie, de transfer en de vliegmaatschappij een cijfer geven; het liefst met nuttig commentaar. Is mijn auto voor een beurt geweest, dan is het ook nodig om daar de genoten dienstverlening van in te schalen tussen nul en tien. En op mijn werk moet ik ieder kwartaal aangeven hoe betrokken ik mij voel bij mijn werkgever, rol, baas en collega’s.

Hou op
Dus ik heb er genoeg van. Enig dat mijn mening zo wordt gewaardeerd, maar hou eens op met zijn allen. Als je het goed doet zal je mij niet horen. Een dikke ‘ga zo door’ van mijn kant. Als je het geweldig doet dan wil ik dat nog wel eens laten weten, als ik denk dat het zin heeft. En als de service abominabel is, dan weet ik je ook wel te vinden. Val me dus niet lastig en ga gewoon doen waar je goed in bent.

Vent
Ik vind het namelijk maar onzeker staan, al dat gevraag om input vanuit alle hoeken en gaten. Wees een vent of topwijf en durf eens zelf een beslissing te nemen. Jij hebt er waarschijnlijk voor geleerd. En anders bluf je je er maar doorheen. Kom je waarschijnlijk ook wel mee weg.

Als je mij als consument of inwoner of cliënt gebruikt als ideeënbus vind ik je bovendien lui en ongeïnteresseerd. Doe gewoon eens wat harder je best en houd mij niet verantwoordelijk voor het vormen van een zinnige marketingstrategie. Dan kom je waarschijnlijk van een koude kermis thuis.

Vermaak
Even voor de gemeente Amersfoort – als jullie meelezen – ik woon in een prima wijk. Het is er zelfs zo leuk dat ik geen tijd en zin heb om een vragenlijst van dertig pagina’s in te vullen. Ik vermaak me hier mateloos.

Stop hou op iedereen

Een visie op de visie

2011-01-19_sleeping

“Wat is je algemene boodschap”, wordt mij gevraagd terwijl ik over mijn blog vertel. “Uhm…” Bek vol tanden. Ik schrijf graag en veel, maar over een algemene boodschap had ik nog niet nagedacht. “Ik denk dat ik altijd wel de ondertoon van ‘laten we nou gewoon normaal doen met zijn allen’ in mijn blogs heb”, concludeer ik daarom stellig maar stiekem onzeker. Er wordt tevreden geknikt. “Weg met de opsmuk en de poespas”, voegt mijn gesprekspartner eraan toe. Ja, inderdaad, wat jij zegt. Denk ik.

Motto
Een algemene boodschap. Je zult er maar een hebben. Hoe overzichtelijk is dat? Dat je gewoon altijd weet waar je voor staat, een eeuwig kader hebt om je meningen binnen te vormen en waarmee je nooit zonder gespreksstof zit. Je hebt immers altijd wel je algemene boodschap om op terug te vallen. Nou, ik vind het nogal wat. Het is een soort motto denk ik; iets om voor te leven. Dan is ‘doe maar normaal’ behoorlijk Hollands overigens. En niet per se mijn algemene boodschap.

Paardrijden
Zo heb ik bijvoorbeeld zo’n ®Dopper. Een waterflesje voor hippe mensen, waarmee je iets uitstraalt over duurzaamheid en een save-the-planet-achtige vibe om je heen creëert. Is niet echt categorie ‘doe maar normaal’. Soms draag ik ook mijn broek in mijn laarzen. Vind ik eigenlijk ook behoorlijk ver staan van ‘doe maar normaal’. Ik bedoel, waarom doen we dit in vredesnaam? Omdat er op iedere hoek van de straat een paard kan staan dat je dan zonder meer kan bestijgen? Ik kan niet eens paardrijden. Het geeft allemaal niet, maar ik doe dus ook niet normaal. Daar gaat mijn verhaal.

Visie
Maar de normaliteit terzijde. Een algemene boodschap, het is een puntje van aandacht. Voor individuen en voor bedrijven. Je moet ergens voor staan, anders gaat het nergens over. Dat hebben wij mensen, die niet gewoon normaal kunnen doen en elkaar hierover met rust kunnen laten, in ieder geval zo besloten. We noemen dat een visie. Een verzameling van uit het verleden vergaarde kennis, aangevuld met een beeld van de toekomst. Iets waar je in gelooft.

Nogal wat
Nogmaals, ik vind het nogal wat. Niets zo veranderlijk als de mens immers. Ben ik de ene dag de ene visie aangedaan, kan de andere dag een spontane gebeurtenis mij volledig op een ander spoor brengen. Je weet maar nooit. Best vervelend als je dat als bedrijf overkomt, eigenlijk.

Gedeelde visie
Een organisatievisie heeft nog een ander verraderlijk puntje en dat is het personeel. Als je als organisatie een visie hebt, dan moeten je werknemers daar uiteraard achter staan. Stel je voor dat McDonalds met ‘I’m Lovin’ it’ een hele vestiging vol personeel heeft dat geen hamburgers lust. Tsja. Dat is slechte reclame en nogal een gebrek aan gedeelde visie. Tenzij ze heel goed kunnen doen alsof ze het heerlijk vinden natuurlijk.

Populariteit
Aan het formuleren van een visie is bovendien nog heel wat gelegen. Het heeft te maken met cultuur, vooruitstrevendheid, kennis en aanzien. Dat laatste is vrij interessant. Ben je een grote speler op de markt (of een populair individu) dan kun je jezelf voorzien van een vlijmscherpe visie, waar misschien niet iedereen zich zomaar in kan vinden. Met zo’n visie maak je jezelf onderscheidend en interessant en omdat je je plekje al verworven hebt, zullen mensen dit toch accepteren. ‘Oh, deze supergave rockster vind het belangrijk om met vijftien hamsters te slapen op een kussen van eikentwijgjes. Boeiende visie op nachtrust!’ Ben je een gemiddeld speler op het populariteitsspeelveld dan zal je visie waarschijnlijk meer aansluiten bij sociaal geaccepteerde normen.

Zieltjes
Uiteindelijk gaat het erom dat je met je visie de juiste zieltjes wint, voor jou of voor je bedrijf. Mensen die zich kunnen vinden in jouw visie sluiten zich bij je aan. Fijn voor het werven van klanten, nieuw personeel of het sluiten van langdurige vriendschappen.

Normaal
Al met al doet de algemene boodschap er dus echt wel toe en is het de moeite waard om erbij stil te staan. Die van mij is in elk geval nog niet definitief. Dat neemt niet weg dat ik het nog steeds wel fijn zou vinden als we met zijn allen gewoon een beetje normaal zouden doen. Al heb ik dan direct niks meer om over te schrijven.

Een visie op de visie

Sommige mensen zijn beter met messen

dexter“Hoe gaat het?” Hij vraagt het semi-geïnteresseerd terwijl hij aan de benen van onze zoon trekt, die klagerig ligt te jammeren op de behandeltafel. Wij antwoorden iets. De assistente biedt een plaatsvervangend luisterend oor. Begrijpend knikt ze mee op onze opmerkingen. De arts draait het rechterbeentje van onze dreumes nog eens in en uit de kom. “Ja, nog lekker soepel, hè? Dat is mooi.” We gaan ervan uit dat hij het wel zal weten. “Ja, mooi”, reageren we daarom afwachtend op meer informatie die niet volgt.

Status
De dokter lijkt niet gehinderd te worden door enige vorm van empathisch vermogen. Het feit alleen al dat hij door zijn collega’s wordt aangekondigd als ‘de dokter’ (komt zo), geeft hem een status die in mijn oren het koninklijke c.q. goddelijke benadert. Ik weet zijn naam eigenlijk niet eens. Heeft hij zich wel voorgesteld?

Hij doet vandaag zijn status eer aan; komt fashionably twintig minuten te laat en vliegt door de afspraak heen. Dan maakt hij met enige tegenzin tijd voor wat vragen en beantwoordt deze staccato en zonder nuttige toevoegingen. Op de vraag of hij enig idee heeft over de termijn waarop onze zoon wordt geopereerd, lacht hij schouderophalend. “Geen flauw idee.” Oké dokter Begripvol, bedankt voor de info.

Snijden
Ieder zijn vak, zou je kunnen denken. Om in staat te zijn in kleine kinderlichaampjes te snijden, is het uitschakelen van menselijkheid misschien wel een vereiste competentie. Als hij maar goed is met een scalpel en een beetje handig met het in elkaar puzzelen van lichaamsdelen – in het bijzonder bij kleine kinderen – dan hebben we toch echt the right man for the job. Zijn opmerking in de trant van ‘oh, maar dat heb ik al zo vaak gedaan’ lijkt dit profiel te bevestigen. Dus we vertrouwen op zijn snijvaardigheid en accepteren de rest.

Karakter
Een bepaald type mens voor een bepaalde baan is niets vreemds. Als je al mijn collega’s op een rij zou zetten en een stukje over zichzelf zou laten vertellen, is het raden van hun functie geen ingewikkelde klus. Verkopers, consultants, ontwikkelaars enzovoorts, je haalt ze er zo uit. Hier en daar zit er misschien één op de verkeerde plek, maar over het geheel genomen zegt het dagelijks werk van een persoon veel over zijn karakter en andersom.

Gevangenis
Zo ben je als mens toch de gevangene van je aanleg. Het is natuurlijk wel een comfortabele gevangenis, want als je doet wat het beste bij je past dan kost het je waarschijnlijk de minste moeite om het goed te doen. Die comfort zone kent echter ook risico’s. Gaat het je te gemakkelijk af, dan word je slordig, vergeet je dingen, ben je niet meer helemaal scherp. Een beetje zoals de dokter, die vergeet zijn sociale vaardigheden aan te zetten, als hij niet in kinderlichaampjes staat te snijden. De comfort zone kan ook saai zijn; een herhaling van zetten. Een saaiheid leidt tot laksheid, verveling en zelfs afkeer op den duur.

Afstand
Een beetje afstand nemen van je aanleg en aangeboren competentiesetje kan dus helemaal geen kwaad. Nieuwe dingen bijleren, je werk als spannend ervaren en hier en daar wat gezonde onzekerheid houdt je alert. Als je buiten je comfort zone successen behaalt zal je bovendien des te trotser zijn op jezelf. Als je daarbij realistisch blijft en niet over één nacht ijs gaat, kun je veel bereiken.

Struikelen
Ik heb timide, confrontatie werende mensen zien uitgroeien tot uitstekende teamspelers met een uitgesproken mening. Personen die overal een mening over hadden, heb ik gracieus een stapje terug zien doen, ter bevordering van de sociale verbinding. Ik had vroeger een bloedhekel aan presenteren en tegenwoordig is het mijn dagelijks werk. Je kunt veel bereiken door juist buiten de gebaande paden te treden en af een toe te struikelen over een apart uitziende kiezel.

Oefenen
Ik betwijfel echter of onze aanstaande chirurg nog te redden is. Ik zou het niemand willen aandoen deze man in een functie te stoppen die werkelijk sociale vaardigheden vereist. Als verpleger, maatschappelijk werker of horeca medewerker zou hij zijn klanten, cliënten en patiënten waarschijnlijk de stuipen op het lijf jagen. We laten hem maar met zijn scalpel. Wat mij betreft blijft hij daar lekker mee oefenen totdat mijn zoon aan de beurt is.

Sommige mensen zijn beter met messen

Waarom velgen wél belangrijk zijn

2015-bmw-x3-rear-seats-folded-down

Ik stapte bij een vrouwelijke collega achterin de leaseauto. Zij heeft dezelfde als ik, maar dan in XL uitvoering. Op de passagiersstoel nam een mannelijke collega plaats. Die begon opgewonden het dashboard te beroeren en maakte opmerkingen over de ‘middenconsole’ die er retro uitzag volgens hem. De bestuurster begreep net zo min als ik wat hier nu retro aan was. Alle benodigde knopjes zitten erop en dat klokje vonden wij niet lelijk, maar handig. De collega naast mij – ook een vrouw nota bene – gaf de man wél gelijk en riep iets over led-lampjes in haar auto.

Aanzien
In een wereld waar geleased wordt, zijn auto’s een serieuze aangelegenheid. Size matters, colour matters en led-lampjes matter (blijkbaar). Het merk matters ook behoorlijk. Zo heeft een Audi – liefst met een heel erg hoog nummer – aanzien en een Opel niet zo zeer. Mijn Toyota is duidelijk de financieel bewuste keus. Dat kan in elk geval op begrip rekenen onder collega’s. Status niet echt.

Voor vrouwelijke leaserijders lijkt de status die een leaseauto vertegenwoordigt over het geheel genomen dan ook niet zo belangrijk. Als er maar wielen onder zitten, het ding comfortabel rijdt en niet te duur is. Typische vrouwenoverweging. Velgen? Wat zijn dat eigenlijk? Maar hoeveel vakjes zitten erin? En zit er een make-up spiegeltje in de zonneklep?

Achterbank
Voor mannen, merk ik, is het soort leaseauto wel belangrijk. De situatie waar ik mee opende, vier collega’s in één leaseauto, heb ik onlangs ook in de omgekeerde variant meegemaakt; namelijk drie mannen en één vrouw. Voor je het weet gaat het over pk’s. En als je niet uitkijkt over bekleding, kofferbakruimte en of de achterbank ook plat kan. Ik voelde me bijna onveilig.

Of het compensatiegedrag is durf ik niet te zeggen. Ik geloof niet dat de auto per se groter moet zijn dan alle andere auto’s op de wereld. Duurder, sneller en luxer is wel vrij belangrijk. En blijkbaar het op- en neerklappend vermogen van de achterbank. Dat heeft met de maat van het uniek mannelijke lichaamsdeel weinig te maken denk ik.

Dit wordt ‘em
Ik heb er natuurlijk wel één: een collega met een auto die lijkt op een monstertruck. Maar wel tegen nul procent bijtelling. Dat moet een maas in de wet zijn. Ik ben er niet gerust op. Voor hem wel de reden om deze auto te kiezen in elk geval.

Het leasen van zo’n gevaarte is voor de start eerst uitgebreid op kantoor besproken. ‘Dit wordt ‘em’, zegt de collega in kwestie dan uiteindelijk glunderend naast een plaatje van zijn toekomstige bolide op het scherm van de laptop. Overigens gebeurt dit niet alleen als er een monstertruck wordt besteld. Alle collega’s doen dit als ze op het punt staan een auto te bestellen. Zo kreeg ik vrij recent nog een foto van een oranje Mini Cooper in mijn Whatsapp.

Als de nieuwe bak dan wordt afgeleverd, gaan we er ook met zijn allen naar kijken om iets te roepen over velgen, bekleding en kleur. Laatst hoorde ik zelfs ‘sportief stuur’. Echt waar, niet gelogen.

Geniepige constructies
Al met al zorgt het voor nogal wat bedrijvigheid binnen de organisatie, deze secundaire arbeidsvoorwaarde. Dan hebben we het nog niet eens gehad over geniepige constructies om nieuwe bijtellingsregelingen nét wel of juist niet te ontlopen, tanken vlak voor de grens en creatief boekhouden met privékilometers. Het houdt de gemoederen bezig.

Paraderen
Dat is maar goed ook. Want de gemiddelde leaserijder maakt van zijn auto een soort tweede huis. Er wordt in gegeten, gedronken, gezongen, in de neus gepeuterd, gebeld en ik ken iemand die erin slaapt als het zo uitkomt.  We staan verder met enige regelmaat naast elkaar te blinken in de file met onze mooie wagens. Dé plek om je statussymbool eens even lekker langzaam over de snelweg te paraderen, terwijl je semi-nonchalant met een arm uit het raam de andere voertuigen in je opneemt en denkt: ‘ik ben echt wel de coolste’. Wel jammer van dat retro middenconsole.

Waarom velgen wél belangrijk zijn

Voor de lieve vrede

Walking on eggshells

Daar was hij weer vandaag. De opmerking die ik al meerdere malen heb gekregen de afgelopen drie jaren. ‘Het is een temperamentvol kind.’ Er stond weer eens een nieuwe leidster op de groep van ons bolletje levenslust en die had het natuurlijk zwaar te verduren gehad. Temperamentvol als ons kind is, heeft ze leidster vakkundig het bloed onder de nagels vandaan gehaald. Als de leidster dus zegt ‘temperamentvol’, dan bedoelt ze stiekem ‘lastig’. Dat zegt ze niet, want dat hoort niet, maar dat bedoelt ze wel. Zeker omdat ze haar opmerking direct afzwakte met de toelichting dat ons zakformaat terroristje ‘wel leven in de brouwerij brengt’.

Confrontatie
Waarom doen we dit? Dingen zeggen die we eigenlijk niet bedoelen, waarbij de aanhoorder eigenlijk ook wel weet dat je dat niet bedoelt. Politiek correct rotopmerkingen maken, zeg maar. Eigenlijk weet ik daar het antwoord wel op hoor: niemand zit te wachten op de confrontatie. Als de leidster tegen mij had gezegd dat ik een lastig kind heb, dan had ik nu een heel ander stukje geschreven; aan de directie van het kinderdagverblijf. En daar heeft zo’n leidster natuurlijk helemaal geen zin in. Zeker niet na zo’n temperamentvolle dag. Dus verpakt ze haar boodschap vriendelijk en vervolgt ze gauw haar dag.

Eieren
Het dagelijks leven zit vol met eieren waarover we voorzichtig heen en weer lopen. Confrontaties met klanten, moeilijke gesprekken met collega’s, gesprekken over opvoeding met andere moeders; het zijn slechts voorbeelden. We wringen ons in allerlei bochten om niet precies te zeggen wat we bedoelen. Voor de lieve vrede, voor een order, voor de vriendschap en voor de liefde. Soms zeggen we dingen ook gewoon niet. Daar ben ik eigenlijk wel een voorstander van. Als je niks leuks te melden hebt, zeg dan maar niks.

Verwonderd
Ik heb een collega die zijn boodschap meestal minder tactisch verpakt. De manier waarop hij dat doet vind ik ronduit bewonderenswaardig. Toen hij eens bij mij op visite kwam, vroeg hij zich openlijk af waarom wij in vredesnaam de bank op deze plek hadden gezet. Hij vond het nergens op slaan. Hij zei het niet verwijtend, maar oprecht verwonderd. Dat maakt zijn methode uniek; opmerken zonder te verwijten. Het maakt het ook direct lekker duidelijk, met als resultaat dat ik onze woonkamer zat te verdedigen. Overigens kan ook lang niet iedereen met deze omgangsvorm omgaan. Zelfs als je compleet open bent, word je niet begrepen. ‘Zoiets zeg je toch niet?’

Nee!
Toch denk ik dat we er als collega’s, vrienden en zakelijke relaties best baat bij zouden kunnen hebben om in elk geval vaker gewoon te zeggen waar het op staat. Een klant vraagt: ‘komt deze en deze ontwikkeling eraan in uw product?’ Het eerlijke antwoord is: ‘nee klant, sorry, en ik heb geen flauw idee of het ooit gaat gebeuren.’ Het antwoord dat gegeven wordt is: ‘ik zal hier navraag naar doen en kijken of het toegevoegde waarde kan hebben voor ons product.’ Bla bla bla, dus. Ook een leuke die ik in de praktijk heel vaak hoor: ‘ik ga mijn best voor je doen, maar ik beloof niks’. Je weet hoe dit klinkt toch? Dit klinkt als: ‘Nee!’.

Draaikonterij
Een gewoonte die ik mezelf daarom probeer aan te leren is om bij vage, ontwijkende en de-goede-vrede-bewarende opmerkingen hardop aan de opmerker te vragen waarom hij zoiets zegt. Om gewoon uit te leggen hoe ik zijn draaikonterij interpreteer, het liefst zonder hem direct af te branden. Ik zou dan iets in de trant van ‘bedoel je nou eigenlijk dat mijn kind een beetje lastig was vandaag?’ kunnen vragen. Ook dat vinden mensen niet altijd heel leuk – soms ook wel – maar je krijgt er direct een ander gesprek van. Vaak met veel gestamel en gestotter. En dat vind ik dan weer om van te genieten. Ik kan het iedereen aanraden.

Vandaag heb ik die methode niet toegepast. Ik had ook geen zin in de confrontatie. Ik heb de leidster een fijn weekend gewenst. Wat ik eigenlijk bedoelde was: ‘mijn kind temperamentvol? Jij bent gewoon saai. Doei.’ Maar dat heb ik niet gezegd.

Voor de lieve vrede

Spelen of vervelen

Parent Taking Child To Pre SchoolMama, zullen we schooltje spelen?” Ik zit lui op de bank thee te drinken en met een schuin oog mijn kinderen in de gaten te houden. “Hm?”, antwoord ik afwezig. “Dan ben ik de mama en dan breng ik jou naar school”, oppert mijn driejarige dochter licht dwingend. Mijn hersenen denken ‘mwah, ik zat net zo lekker’; mijn mond zegt: “oké dan”. Ik laat me aan de hand meenemen naar de gang, waarna mijn dochter terugkeert naar de woonkamer en net iets te hard de deur dichtgooit. “Dàààg kindje, ik kom je straks weer ophalen.”

Jaloersmakend
Tot mijn enkels in de toet-toet-auto’s, my little pony’s en houten blokken sta ik te wachten tot ik ‘uit school’ (onze benaming voor de kinderopvang) gehaald word. Ondertussen is mijn dochter haar interpretatie van werken aan het uitvoeren in de kamer, wat zich uit in een hoop gekletter en geschuif op de salontafel. Als ze me weer komt halen, vraagt ze of ik haar heb gemist. “Ja enorm”, speel ik mee, terwijl ik me weer aan haar hand naar de bank laat leiden.

Mijn dochter verveelt zich niet gauw. De wereld is haar speelgoed en haar herinneringen en fantasie vormen het spel. Al zingend en neuriënd speelt ze dat ze een dokter, moeder, baby, patiënt, boer, winkelier, piraat of Disney prinses is. Soms samen met papa of mama, soms alleen en soms met een vriendinnetje. Jaloersmakend is het. Altijd wat te doen.

Zomerstop
Ondertussen zit ik op mijn werk in de zomerstop. Die bestaat niet echt, maar toch heeft hij zich stilzwijgend aangediend. Mijn agenda is bijna leeg en mijn mailbox ligt digitaal stof te verzamelen. Opruimen en klusjes ‘waar ik anders nooit aan toe kom’ heb ik al gedaan. Gelukkig heb ik bijna vakantie en kan ik daarna weer vertrouwen op de normale, aangename drukte.

Om mij heen hoor ik mensen roepen dat ik ervan moet genieten. Ik heb het toch zo druk gehad de afgelopen periode? Ik zou me verlost moeten voelen, in plaats van verveeld. Ik kan het gewoon niet helpen. Ik heb prikkels nodig; druk op de ketel. Ondertussen bezig ik me daarom met klusjes van collega’s en oogst ik naast bezigheidstherapie ook dankbaarheid. Win-win situatie.

Bore-out
Verveling is een sluipmoordenaar. Mensen die zich chronisch vervelen – en voor de duidelijkheid: daar hoor ik dus niet bij – riskeren een ‘bore-out’. Het internet waarschuwt voor psychische klachten en slapeloosheid. Dat heeft mijns inziens meer te maken met een soort taboe dan met het feit dat iemand zich verveelt. Je komt er niet graag voor uit dat je niks te doen hebt, maar voelt je ondertussen wel schuldig dat je geld zit te verdienen voor winkelen op Wehkamp.nl.

Tips
Tuurlijk, één dag is prima en twee dagen Youtube kijken en nieuws lezen is ook nog wel te doen, maar daarna moet er weer iets van zingeving op het programma staan. Voor mensen die zonder uitzondering tijdens het werk denken aan de naderende lunchpauze (nog drie uur en zes minuten), hoeveel minuten er voorbij zijn sinds er het laatst op de klok gekeken is en waar die leuke collega toch de hele tijd mee bezig is, staat het gapen nader dan het lachen. Voor hen die zich hierin herkennen, de volgende tips.

Tip één: kom ervoor uit. Ga naar je baas en geef toe dat je te weinig uitdaging hebt in je werk. Wedden dat je eerlijkheid wordt gewaardeerd? Je kunt dan direct samen een plan maken om je dagelijkse bezigheden weer wat draaglijker en uitdagender te maken.

Tip twee: ga een opleiding volgen. Zoek de uitdaging op door nieuwe dingen te leren en later toe te passen in je werk. Op de momenten dat je op werkdagen even niks te doen hebt, kun je de focus even op je leerstof leggen en houd je de dag interessant.

Tip drie: word een perfectionist. Doe alles wat je doet tot in de puntjes geperfectioneerd. Het geeft voldoening om een zeer strak eindresultaat op te leveren. Misschien ontdek je zelfs dat dingen anders en beter kunnen en kun je jezelf en je werk naar een hoger niveau tillen.

Tip vier: accepteer je lot. Laat het allemaal even los en laat je gedachten de vrije loop gaan. Misschien kom je ineens met geweldige ideeën of nieuwe inzichten. Staar gewoon even lekker naar buiten en relax.

Tip vijf: zoek een andere baan. Heb je werkelijk het gevoel dat je werk met de dag zinlozer wordt, zoek dan iets anders. Een kunstje voor de zoveelste keer herhalen wordt uiteindelijk saai. Een baan is maar een baan. Door jezelf in een nieuwe omgeving met nieuwe mensen en nieuwe werkzaamheden te begeven, geef je verveling voorlopig zeker geen kans.

Komkommertijdverveling
Aan komkommertijdverveling doe je natuurlijk niet veel met deze tips. Dat is gewoon een kwestie van ‘doorbijten’. Het maakt het er overigens niet minder gezellig op binnen de muren van ons kantoor.  Voor de sociale verbindingen is komkommertijd een prima instrument. Misschien moeten we overwegen om doktertje, schooltje of boerderijtje te spelen. Dan hebben we naast socializen ook nog wat interessants te doen.

Spelen of vervelen

Het informatiemonster

Scary-monster

“Ik wil het weten als er een nieuw document in het dossier van één van mijn medewerkers is gezet”, riep een manager uit tijdens een bijeenkomst die ik had van de week. “Echt? Waarom?” Ik was oprecht verbaasd. Ik vertelde dat we wel iets met signalen konden doen, maar dat waarschijnlijk lang niet alle managers in de organisatie daarop zaten te wachten. “Ik wil geen signaal, ik wil zo’n balletje met een cijfertje, zoals Facebook dat ook heeft. En dat ik dan zelf kan beslissen of ik daar iets mee doe of niet.” Ik stelde de man teleur dat wij het Facebookballetje niet in onze software hadden gebouwd.

Informatiebehoefte
Het feit dat Facebook dat balletje heeft en wij met onze software signalen versturen heeft te maken met de informatiebehoefte van de mens. We willen alles weten en het liefst worden we erop geattendeerd; lekker lui. De tijd dat ik zelf ging inloggen op mijn Hotmail, om te kijken of ik nog post had, is al lang voorbij. Op mijn telefoon krijg ik nu een envelopje in beeld die aangeeft dat er weer iets nieuws is afgeleverd. Onwijs handig. Tenzij je bijna alleen nog maar ongepersonaliseerde reclamemails binnenkrijgt, omdat mail zó 2005 is voor persoonlijk contact, natuurlijk.

Dinges
Voor wat betreft dat Facebookballetje overigens: ik krijg op Facebook best wel vaak zo’n balletje met een cijfertje. Meestal gaat dat over iets waar ik helemaal niet in geïnteresseerd ben. “Dinges heeft ook gereageerd op het bericht van huppeldepup.” Scoort bij mij vrij hoog in de categorie ‘nou en’; zeker als ik dinges niet eens ken en huppeldepup amper. Ik kom daar pas achter als ik op dat balletje druk, dus eigenlijk zit ik dan alsnog met een nutteloze handeling en nutteloze informatie opgescheept. Maakt dus niks uit: balletje of signaal. Als ik er niet op zit te wachten, zit het sowieso in de weg.

Zoveel mogelijk
In ons e-HRM pakket werken we dus met signalen en taken in plaats van balletjes; met name omdat het eigenlijk weinig uitmaakt. Een voorbeeld van zo’n signaal is: ‘het contract van medewerker X loopt af, wil je het verlengen?’ Je kunt kiezen uit wel honderd berichtjes en taken denk ik en dan kun je ze daarnaast ook nog zelf verzinnen en geautomatiseerd laten versturen. Als klanten onze software gaan implementeren kiezen ze meestal voor zoveel mogelijk berichtjes voor zoveel mogelijk mensen. De informatiebehoefte is immers groter dan groot. Anders hadden ze ook niet zo’n systeem aangeschaft.

Uit het raam
Dan wordt de software in gebruik genomen. Managers worden opeens bestookt met signalen over dingen waar ze vroeger gewoon zelf over nadachten. Hebben ze bijvoorbeeld een zieke medewerker? Iedere week stuurt het systeem dan een berichtje met de opdracht: bel je medewerker in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter. Onlangs was ik bij een organisatie waar het protocol zelfs was ingesteld op dagelijks bellen. Stel je voor dat je als manager honderd medewerkers onder je hebt. Dan is het effect van dit actieve signaleringsbeleid eenvoudig in te schatten. Chagrijnige managers, figuurlijke computers uit het raam en niet afgewerkte takenlijsten. Ook niet de dingen die wél echt belangrijk zijn. Deze managers zijn zonder dat ze het in de gaten hadden in de klauwen van het informatiemonster gelopen.

Scheidslijn
Hoe ga je als organisatie hier nu het beste mee om. Het is een dunne scheidslijn tussen informatie en irritatie. Daarnaast moet het beheersbaar blijven. De ene manager wil misschien wel honderd berichtjes ontvangen, terwijl de andere daar helemaal geen trek in heeft. Ga je dan voor een gestandaardiseerd signaleringsbeleid op basis van rollen of laat je het gebruikers lekker zelf uitzoeken? Dat zijn best wel ingewikkelde kwesties, want van sommige dingen wil je gewoon dat mensen geïnformeerd worden; of ze daar nu zin in hebben of niet.

Consequenties
Mijn advies zou zijn om te kijken naar de consequenties van het niet versturen van een bepaald signaal naar een bepaalde rol. Stel nu dat we die manager niet wekelijks pushen zijn medewerker te bellen; doet hij het dan helemaal niet meer? En als wij nu wel die taak blijven sturen, gaat hij het dan wél doen? Of negeert hij de actie dan heel bewust, uit ergernis? Als hij niet belt, wat heeft dit dan voor gevolgen? Gaat dat ons geld kosten bijvoorbeeld, of voelt de medewerker zich dan ongehoord? Dat soort vragen zouden bij het inregelen van iedere taak en ieder signaal moeten worden gesteld. Voor alle berichten waarvan blijkt dat de gevolgen verre van desastreus zijn als ze niet worden verstuurd, zou ik zeggen: laat maar zitten, joh.

Informatie halen
Er zijn namelijk voldoende andere manieren om informatie te halen, als ik daar als gebruiker zin in heb. Een verjaardagssignaal bijvoorbeeld is redelijk overbodig als je e-HRM software ook een verjaardagkalender heeft. Voor gebruikers die wel van ieder dingetje een bericht willen ontvangen kun je een aantal signalen optioneel aanbieden. Kunnen zij lekker iedere dag berichtjes lezen. Iedereen blij. Nou ja, tenzij ze een Facebookballetje willen dan.

Het informatiemonster

Kijk mij eens

marsIk scroll door mijn Twitterfeed en de Facebookupdates van vrienden, vrienden van vrienden en volstrekt onbekenden. Ik hobbel wat over de digitale paden van het internet, terwijl ik de meningen van anderen op willekeurige berichten tot me neem. ‘Wat ik altijd doe in zo’n situatie…’, begint iemand zijn commentaar. Er wordt afwijzend en goedkeurend op gereageerd. Bij anderen wordt zo’n situatie bijvoorbeeld heel anders – met de ondertoon van veel beter – aangepakt. Trots is een gangbare emotie op het internet.

Enthousiast
Een vriend schrijft dat hij vandaag heel goed heeft hardgelopen. Hij heeft schijnbaar heel ver gelopen in heel weinig tijd. Tenminste dat denk ik, want ik heb geen idee hoe ver je gemiddeld kunt komen binnen een bepaalde tijd. Hij zet erbij dat zijn stemming ‘enthousiast’ is en plaatst er een foto van zijn schoenen boven. Op Twitter schrijft één van de bedrijven die ik volg dat ze zo’n fijn webcare team hebben; #nononsense en #tothepoint zijn ze. Op LinkedIn roept een ex-collega dat zij vanavond op televisie komt.

Brij
Ik zit me te vervelen op social media en word vermaakt met successtory’s van vrienden, verre kennissen, concurrerende bedrijven en volslagen vreemden. Of nou ja, vermaakt. Ik vraag me steeds vaker af waarom ik deze brij van zelfverheerlijking nog langer toesta in mijn leven. Blijkbaar verveel ik me werkelijk stierlijk, als dit mijn entertainment is. Iedereen met zijn perfecte leven, marketingstrategie en belevenissen.

Ha fijn, een lichtpuntje, de club van relaxte moeders post een update. Ik lach, want het is grappig en herkenbaar. Het gaat over de eeuwige strijd rondom het op tafel zetten van een fatsoenlijke avondmaaltijd; met als incidenteel gevolg friet. De commentaren stromen al gauw binnen. Helaas wordt de club van relaxte moeders bevolkt door niet zo relaxte moeders. ‘Mijn kind eet alleen maar groente en fruit en taalt niet naar snoep, grappig hè? Ze houdt ook helemaal niet van frieten of pizza.’. ‘Ik weet nog wel een makkelijk en gezond gerecht dat je zo op tafel hebt in plaats van patat’. ‘Wij eten alleen maar patat van biologische aardappelen. #jammie’ Mijn mondhoeken zakken teleurgesteld naar beneden.

Chocola
Omdat ik me echt heel erg verveel verander ik mijn profielfoto naar een foto van vier jaar terug. ‘Mooi!’, reageert iemand. Ik voel me gevleid. Ik ben net zo erg denk ik verafschuwd bij mezelf. Moedeloos leg ik mijn telefoon opzij. Misschien moest ik maar eens een heel groot stuk chocola gaan eten. De voorraadkast heeft niks in de aanbieding. Ik pak mijn telefoon weer op: www.ikwilchocola.nl. Bestaat niet. Stom. Www.chocola.nl brengt me naar de website van Mars. In koeienletters staat hier iets over global awards. Sjonge jonge, zelfs chocola.nl doet mee aan de kijk-mij-eens-cultuur. Terwijl wat mij betreft chocola dat echt niet nodig heeft. Ik bedoel, kom op jongens, chocola!

#nononsense
Werkt dit dan ook? Als ik als consument lees dat Mars iets met global awards heeft, ga ik dan sneller voor de bijl als ik zo’n ding bij de pomp zie liggen? ‘Oh ja, die hadden iets met global awards, doe mij die maar.’ En zo’n #nononsense webcare team, trekt mij dat over de streep als ik ervoor kies mijn zaken met een bedrijf te doen? Zeker als ze zelfbenoemd #nononsense zijn, valt dat toch sterk te betwijfelen.

Het is natuurlijk ook alleen maar mijn bescheiden mening. Ik heb eerlijk gezegd geen enkele intentie deze aan iemand op te leggen. Je mag hem naast je neerleggen en zeggen: ‘wat een zeikwijf’, of iets roepen over hormonen. Misschien ben ik simpelweg andere mensen moe. Er zijn zoveel andere mensen, met zoveel verhalen, die ik zo oninteressant vind. Maar die ik toch lees. Want ik zie het nu eenmaal staan. En dat is gewoon mijn eigen schuld. Niet de schuld van de mensen met de verhalen. Die willen alleen maar even roepen: ‘kijk mij eens wereld, met mijn mooie verhaal en mijn mooie foto!’ Op Facebook roept de schrijver dan zelfs letterlijk op om ‘geliked’ te worden. Het is eigenlijk gewoon aandoenlijk. Oh en ik ben zelf net zo erg hadden we net vastgesteld.

Oud
Waarschijnlijk word ik gewoon oud ofzo. Weet ik veel. Om mij heen zie ik wel meer mensen die moe zijn van dit soort waanzin. Ook allemaal oud dan. Vooralsnog doet iedereen er nog wel schoorvoetend aan mee. Ik ben nieuwsgierig waar het heen gaat. Ik zie het al helemaal voor me. Alle bedrijven hun marketingstrategie om social media heen gebouwd en dan kotst iedereen het ineens uit. Ik verheug me erop. Moet ik ineens zelf gaan beslissen of ik liever een Mars of een Verkadereep wil eten, zonder reuze interessante achtergrondinformatie over global awards. Ik denk dat het wel lukt overigens.

Verdorie, ik heb echt zin in chocola.

Kijk mij eens